BWBR0011688
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 5
Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement
1. De uitkeringsontvanger besteedt de verstrekte uitkering aan activiteiten ten behoeve van het doel van de uitkering.
2. De uitkeringsontvanger overlegt:
a. voor 1 maart van het uitkeringsjaar een door hem opgestelde verklaring inhoudende dat de verstrekte uitkering volgens de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid;
b. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar: in geval van een provincie het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet en in geval van een regionaal openbaar lichaam het verslag als bedoeld in artikel 197, tweede lid van de Gemeentewet;
c. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar een inhoudelijk verslag omtrent de uitvoering van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, tijdens het uitkeringsjaar.
2. De uitkeringsontvanger overlegt:
a. voor 1 maart van het uitkeringsjaar een door hem opgestelde verklaring inhoudende dat de verstrekte uitkering volgens de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid;
b. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar: in geval van een provincie het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet en in geval van een regionaal openbaar lichaam het verslag als bedoeld in artikel 197, tweede lid van de Gemeentewet;
c. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar een inhoudelijk verslag omtrent de uitvoering van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, tijdens het uitkeringsjaar.