BWBR0011683
Geldig vanaf 2000-10-12
Artikel 3
Beleidsregels aanwijzing netbeheerders Gaswet
1. Bij het gebruik van de instemmingsbevoegdheid worden ten minste de in het tweede tot en met het vierde lid genoemde voorschriften aan de instemming verbonden.
2. Voordat de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder een overeenkomst sluiten die gevolgen kan hebben voor de wijze waarop de netbeheerder zijn beheerstaken uitvoert, legt de neteigenaar de tekst van de voorgenomen overeenkomst voor aan de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht Energie, zodat deze zonodig vóór het sluiten van de overeenkomst aan de neteigenaar kenbaar kan maken dat naar zijn mening sprake is van ongeoorloofde bemoeiing door de neteigenaar met de werkzaamheden die ingevolge de wet aan de netbeheerder zijn opgedragen of dat sprake is van onvoldoende transparantie.
3. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder wordt overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak zal verrichten voor de netbeheerder, mogen deze werkzaamheden niet omvatten het regelen van de gasstromen met inbegrip van de afsluitfunctie, met uitzondering van handelingen die onder directe leiding van de netbeheerder worden verricht in het kader van onderhoud en het verhelpen van kleine storingen. Voorts dienen de werkzaamheden te worden beperkt tot ten hoogste de periode waarvoor de Minister van Economische Zaken op dat moment de in artikel 80, tweede lid, van de wetbedoelde korting heeft vastgesteld.
4. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder wordt overeengekomen dat de neteigenaar ten behoeve van het netbeheer verbruiksmeters zal aflezen, dient bij de overeenkomst te worden bepaald dat de neteigenaar door middel van certificering door een geaccrediteerde instelling moet kunnen aantonen dat voldoende is gewaarborgd dat de afgelezen gegevens niet bekend worden buiten de kring van de personen die met het aflezen zijn belast.
2. Voordat de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder een overeenkomst sluiten die gevolgen kan hebben voor de wijze waarop de netbeheerder zijn beheerstaken uitvoert, legt de neteigenaar de tekst van de voorgenomen overeenkomst voor aan de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht Energie, zodat deze zonodig vóór het sluiten van de overeenkomst aan de neteigenaar kenbaar kan maken dat naar zijn mening sprake is van ongeoorloofde bemoeiing door de neteigenaar met de werkzaamheden die ingevolge de wet aan de netbeheerder zijn opgedragen of dat sprake is van onvoldoende transparantie.
3. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder wordt overeengekomen dat de neteigenaar werkzaamheden ter uitvoering van de beheerstaak zal verrichten voor de netbeheerder, mogen deze werkzaamheden niet omvatten het regelen van de gasstromen met inbegrip van de afsluitfunctie, met uitzondering van handelingen die onder directe leiding van de netbeheerder worden verricht in het kader van onderhoud en het verhelpen van kleine storingen. Voorts dienen de werkzaamheden te worden beperkt tot ten hoogste de periode waarvoor de Minister van Economische Zaken op dat moment de in artikel 80, tweede lid, van de wetbedoelde korting heeft vastgesteld.
4. Indien tussen de neteigenaar en de aangewezen netbeheerder wordt overeengekomen dat de neteigenaar ten behoeve van het netbeheer verbruiksmeters zal aflezen, dient bij de overeenkomst te worden bepaald dat de neteigenaar door middel van certificering door een geaccrediteerde instelling moet kunnen aantonen dat voldoende is gewaarborgd dat de afgelezen gegevens niet bekend worden buiten de kring van de personen die met het aflezen zijn belast.