BWBR0011682
Geldig vanaf 2000-10-12
Artikel 3
Eenmalige intensiveringsbijdrage jeugd en veiligheid
1. Het gemeentebestuur verstrekt de minister voor 1 oktober 2002 de informatie bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit financiële verhouding over de besteding van de bijdrage.
2. De minister kan een bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de in het eerste lid bedoelde informatie blijkt dat de bijdrage niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
3. Indien ultimo 2001 blijkt dat een deel van de beschikbaar gestelde middelen niet tot besteding zal komen in het betrokken jaar kan het gemeentebestuur vóór 1 november 2001 een gemotiveerd verzoek bij de minister indienen tot verlenging van de periode met maximaal 1 jaar. Vóór 1 december 2001 beslist de minister op dit verzoek. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor `1 oktober 2002' dient te worden gelezen: 1 oktober 2003.
2. De minister kan een bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de in het eerste lid bedoelde informatie blijkt dat de bijdrage niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
3. Indien ultimo 2001 blijkt dat een deel van de beschikbaar gestelde middelen niet tot besteding zal komen in het betrokken jaar kan het gemeentebestuur vóór 1 november 2001 een gemotiveerd verzoek bij de minister indienen tot verlenging van de periode met maximaal 1 jaar. Vóór 1 december 2001 beslist de minister op dit verzoek. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor `1 oktober 2002' dient te worden gelezen: 1 oktober 2003.