BWBR0011680
Geldig vanaf 2000-10-12
Artikel 2
Regeling voor- en vroegschoolse educatie (VVE)
1. Gemeenten waarin één of meer basisscholen of nevenvestigingen zijn gelegen waarvan 70% of meer van de leerlingen op de teldatum 1 oktober 1999 een leerlingengewicht hebben (0,25 0,4 0,7 0,9), ontvangen een subsidie voor de periode van mei tot en met juli 2000 op basis van een bedrag per schooljaar 1999-2000 van ƒ 621,- (281.80 €) per leerling die op 1 oktober 1999 4 of 5 jaar was en ingeschreven stond aan een hiervoor bedoelde basisschool of nevenvestiging.
2. De subsidie voor de periode van mei tot en met juli 2000 bedraagt 4/13 van het bedrag per schooljaar en wordt eenmalig verhoogd met 25% van het bedrag per schooljaar.
3. Gemeenten komen uitsluitend in aanmerking voor een subsidie wanneer de hoogte van het bedrag dat wordt berekend per schooljaar ten minste ƒ 30.000,- bedraagt en de gemeente verplicht is een onderwijsachterstandenplan als bedoeld in artikel 166 van de Wet op het primair onderwijs vast te stellen.
4. De subsidie is reeds als voorschot betaalbaar gesteld in de maand juni 2000.
2. De subsidie voor de periode van mei tot en met juli 2000 bedraagt 4/13 van het bedrag per schooljaar en wordt eenmalig verhoogd met 25% van het bedrag per schooljaar.
3. Gemeenten komen uitsluitend in aanmerking voor een subsidie wanneer de hoogte van het bedrag dat wordt berekend per schooljaar ten minste ƒ 30.000,- bedraagt en de gemeente verplicht is een onderwijsachterstandenplan als bedoeld in artikel 166 van de Wet op het primair onderwijs vast te stellen.
4. De subsidie is reeds als voorschot betaalbaar gesteld in de maand juni 2000.