BWBR0011670
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 7
Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ
1. Indien bij de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 10, blijkt, dat de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, minder bedragen dan de volgens opgave van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 11, ten laste gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en minder bedragen dan het bedrag van de uitkering, bedoeld in artikel 5, wordt van de uitkering een bedrag teruggevorderd.
2. Het terug te vorderen bedrag is:
a. gelijk aan het verschil tussen de volgens opgave van burgemeester en wethouders, ten laste gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en het op grond van artikel 10 vastgestelde bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid; of, indien de volgens opgave van burgemeester en wethouders, ten laste gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag van de uitkering,
b. gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de uitkering en het op grond van artikel 10 vastgestelde bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Het terug te vorderen bedrag is:
a. gelijk aan het verschil tussen de volgens opgave van burgemeester en wethouders, ten laste gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en het op grond van artikel 10 vastgestelde bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid; of, indien de volgens opgave van burgemeester en wethouders, ten laste gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag van de uitkering,
b. gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de uitkering en het op grond van artikel 10 vastgestelde bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid.