BWBR0011640
Geldig vanaf 2000-09-30
Artikel 5
Derde Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 2000/2001
1. Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting dient een ontwikkelplan in met daarin een beschrijving van de stappen die het Regionaal Expertisecentrum in oprichting wil zetten ten aanzien van:
de wijze van voorbereiding van de organisatorische en bestuurlijke inrichting van het betreffende Regionale Expertisecentrum in oprichting;
de wijze waarop ter voorbereiding van de nieuwe systematiek van indicatiestelling de (proef)Commissie voor Indicatiestelling wordt ingericht en in stand gehouden;
de wijze waarop de organisatie en coördinatie van de (preventieve) ambulante begeleiding wordt voorbereid;
de voorbereiding op de plaats bekostigde taken en functies van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting;
de afstemming met WSNS-zorgverbanden en de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs ten aanzien van de preventieve ambulante begeleiding.
2. Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting heeft een proefCommissie voor Indicatiestelling ingericht. Deze Commissie dient in ieder geval te bestaan uit een voorzitter, niet zijn een van de directeuren van de (v)so-scholen binnen het Regionaal Expertisecentrum in oprichting, een arts, een maatschappelijk werker en een psycholoog/orthopedagoog.
3. Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting neemt deel aan het proeftraject indicatiestelling en rapporteert op diens verzoek aan de Minister.
De proefCommissie voor Indicatiestelling heeft in de periode van februari tot de zomervakantie een aantal leerlingen geïndiceerd aan de hand van de landelijke criteria en het bijbehorende protocol en een afschrift van de beslissing en het ingevulde protocol (leerlingdossier) naar de Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling (LCTI) gestuurd.
Het aantal leerlingdossiers dat naar de LCTI gestuurd dient te worden is voor Regionale Expertisecentra in oprichting met:
minder dan 600 leerlingen 20;
601 tot 1000 leerlingen 30;
1001 tot 1500 leerlingen 40, en
meer dan 1500 leerlingen 50.
Om een representatief beeld te verkrijgen dienen de eerste 20 resp. 30, 40 of 50 dossiers van leerlingen die vanaf 1 maart '01 geïndiceerd zijn naar de LCTI gestuurd te worden.
4. De proefCommissie voor Indicatiestelling maakt een schatting van het aantal nieuw instromende leerlingen in de periode van 01-01-'01 en 01-08-'01 dat voldoet aan de (nieuwe) landelijke indicatiecriteria.
de wijze van voorbereiding van de organisatorische en bestuurlijke inrichting van het betreffende Regionale Expertisecentrum in oprichting;
de wijze waarop ter voorbereiding van de nieuwe systematiek van indicatiestelling de (proef)Commissie voor Indicatiestelling wordt ingericht en in stand gehouden;
de wijze waarop de organisatie en coördinatie van de (preventieve) ambulante begeleiding wordt voorbereid;
de voorbereiding op de plaats bekostigde taken en functies van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting;
de afstemming met WSNS-zorgverbanden en de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs ten aanzien van de preventieve ambulante begeleiding.
2. Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting heeft een proefCommissie voor Indicatiestelling ingericht. Deze Commissie dient in ieder geval te bestaan uit een voorzitter, niet zijn een van de directeuren van de (v)so-scholen binnen het Regionaal Expertisecentrum in oprichting, een arts, een maatschappelijk werker en een psycholoog/orthopedagoog.
3. Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting neemt deel aan het proeftraject indicatiestelling en rapporteert op diens verzoek aan de Minister.
De proefCommissie voor Indicatiestelling heeft in de periode van februari tot de zomervakantie een aantal leerlingen geïndiceerd aan de hand van de landelijke criteria en het bijbehorende protocol en een afschrift van de beslissing en het ingevulde protocol (leerlingdossier) naar de Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling (LCTI) gestuurd.
Het aantal leerlingdossiers dat naar de LCTI gestuurd dient te worden is voor Regionale Expertisecentra in oprichting met:
minder dan 600 leerlingen 20;
601 tot 1000 leerlingen 30;
1001 tot 1500 leerlingen 40, en
meer dan 1500 leerlingen 50.
Om een representatief beeld te verkrijgen dienen de eerste 20 resp. 30, 40 of 50 dossiers van leerlingen die vanaf 1 maart '01 geïndiceerd zijn naar de LCTI gestuurd te worden.
4. De proefCommissie voor Indicatiestelling maakt een schatting van het aantal nieuw instromende leerlingen in de periode van 01-01-'01 en 01-08-'01 dat voldoet aan de (nieuwe) landelijke indicatiecriteria.