BWBR0011609
Geldig vanaf 2000-09-21
Artikel 4
Regeling commissie van toezicht detentieplaatsen district Koninklijke marechaussee Schiphol
1. De leden van de Commissie hebben te allen tijde toegang tot de detentieplaatsen. Dit geldt niet indien daardoor het opsporingsonderzoek of het onderzoek naar de identiteit en verblijfsstatus wordt verstoord voor plaatsen waar zulk onderzoek daadwerkelijk plaatsvindt en ook niet indien een uitzetting van een vreemdeling daardoor kan worden verstoord.
2. De leden van de Commissie kunnen direct en in afzondering met elke ingeslotene spreken. Het in het eerste lid, tweede volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
3. De leden van de Commissie hebben het recht op inzage van alle voor de uitoefening van haar taken relevante bescheiden. Aan de leden van de Commissie worden door elke ambtenaar van de Koninklijke marechaussee desverlangd de benodigde inlichtingen verstrekt en de medewerking gegeven, die voor de vervulling van de taken van de Commissie noodzakelijk zijn.
4. De leden van de Commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee terstond op te volgen.
5. De in artikel 3, tweede lidgenoemde ambtenaren brengen de voor de uitoefening van de taak van de Commissie relevante beleidsvoorschriften, uitvoeringsregels, feiten en omstandigheden ter kennis van de Commissie.
6. De Commissie is bevoegd de in artikel 3, tweede lidgenoemde ambtenaren uit te nodigen voor haar vergaderingen.
7. De Commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks tot de Bevelhebber der Marechaussee en de commandant van het District Koninklijke marechaussee Schiphol wenden.
8. De beheerder is bevoegd de vergaderingen van de Commissie door een door hem aan te wijzen ambtenaar te doen bijwonen.
9. De Bevelhebber der marechaussee voorziet de leden van de Commissie van een identiteitsbewijs, dat hen onbelemmerde toegang tot alle detentieplaatsen verschaft.
2. De leden van de Commissie kunnen direct en in afzondering met elke ingeslotene spreken. Het in het eerste lid, tweede volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
3. De leden van de Commissie hebben het recht op inzage van alle voor de uitoefening van haar taken relevante bescheiden. Aan de leden van de Commissie worden door elke ambtenaar van de Koninklijke marechaussee desverlangd de benodigde inlichtingen verstrekt en de medewerking gegeven, die voor de vervulling van de taken van de Commissie noodzakelijk zijn.
4. De leden van de Commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee terstond op te volgen.
5. De in artikel 3, tweede lidgenoemde ambtenaren brengen de voor de uitoefening van de taak van de Commissie relevante beleidsvoorschriften, uitvoeringsregels, feiten en omstandigheden ter kennis van de Commissie.
6. De Commissie is bevoegd de in artikel 3, tweede lidgenoemde ambtenaren uit te nodigen voor haar vergaderingen.
7. De Commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks tot de Bevelhebber der Marechaussee en de commandant van het District Koninklijke marechaussee Schiphol wenden.
8. De beheerder is bevoegd de vergaderingen van de Commissie door een door hem aan te wijzen ambtenaar te doen bijwonen.
9. De Bevelhebber der marechaussee voorziet de leden van de Commissie van een identiteitsbewijs, dat hen onbelemmerde toegang tot alle detentieplaatsen verschaft.