BWBR0011596
Geldig vanaf 2000-09-10
Artikel 8
Regeling verlenging bewijzen van luchtwaardigheid
1. De minister verleent op aanvraag aan een vergunninghouder de bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties, indien:
a. de vergunninghouder zijn bedrijfshandleiding heeft uitgebreid met een procedure met betrekking tot die inspecties, en deze procedure is opgenomen in het kwaliteitsborgingssysteem van de vergunninghouder, en
b. de inspectie wordt uitgevoerd door een gemachtigde die de vereiste kennis, bedrevenheid en ervaring heeft, onafhankelijk is van het technisch beheer van het onderhoud van het luchtvaartuig en door de minister is geaccepteerd.
2. De bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties wordt opgenomen in een aanhangsel behorende bij de vergunning tot vluchtuitvoering.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties voor de luchtvaartuigen die deel uitmaken van de eigen vloot van de vergunninghouder.
4. Artikel 6, vierde lid, is van toepassing.
a. de vergunninghouder zijn bedrijfshandleiding heeft uitgebreid met een procedure met betrekking tot die inspecties, en deze procedure is opgenomen in het kwaliteitsborgingssysteem van de vergunninghouder, en
b. de inspectie wordt uitgevoerd door een gemachtigde die de vereiste kennis, bedrevenheid en ervaring heeft, onafhankelijk is van het technisch beheer van het onderhoud van het luchtvaartuig en door de minister is geaccepteerd.
2. De bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties wordt opgenomen in een aanhangsel behorende bij de vergunning tot vluchtuitvoering.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties voor de luchtvaartuigen die deel uitmaken van de eigen vloot van de vergunninghouder.
4. Artikel 6, vierde lid, is van toepassing.