BWBR0011573
Geldig vanaf 2004-09-24
Artikel 6
Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart
1. Passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen zijn voorzien van een certificaat als bedoeld in artikel 11 van de richtlijn.
2. Indien een passagiersschip op grond van artikel 4, eerste lid, tevens moet voldoen aan de eisen van artikel 6 bis van de richtlijn, gaat het certificaat vergezeld van een aanhangsel waaruit met inachtneming van artikel 8 van richtlijn nr. 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PbEU L 123) blijkt dat het desbetreffende schip voldoet aan de op dat schip toepasselijke specifieke stabiliteitseisen, bedoeld in artikel 6 van die richtlijn.
3. Artikel 9 van richtlijn nr. 2003/25/EGis van overeenkomstige toepassing indien een rederij een passagiersschip wil inzetten voor een beperkte periode.
2. Indien een passagiersschip op grond van artikel 4, eerste lid, tevens moet voldoen aan de eisen van artikel 6 bis van de richtlijn, gaat het certificaat vergezeld van een aanhangsel waaruit met inachtneming van artikel 8 van richtlijn nr. 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PbEU L 123) blijkt dat het desbetreffende schip voldoet aan de op dat schip toepasselijke specifieke stabiliteitseisen, bedoeld in artikel 6 van die richtlijn.
3. Artikel 9 van richtlijn nr. 2003/25/EGis van overeenkomstige toepassing indien een rederij een passagiersschip wil inzetten voor een beperkte periode.