BWBR0011554
Geldig vanaf 2000-09-09
Artikel 4
Regeling impuls beroeponderwijs voor landelijke organen 2000
1. De minister verleent de aanspraak op een aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, slechts indien het bestuur van het landelijk orgaan voor 15 september 2000 een verzoek indient bij de Vereniging Colo.
2. In het verzoek is opgenomen:
a. indien landelijke organen samenwerken, het landelijk orgaan dat de aanvullende vergoeding ontvangt;
b. een plan van aanpak conform het format dat door de Vereniging Colo op 13 juli 2000 bij brief met kenmerk RVDK 5746CM/9.1 aan de landelijke organen is toegezonden.
3. Het plan van aanpak omvat ten minste:
a. de uitwerking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
b. een duidelijke en concrete omschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project en de wijze waarop deze opbrengst bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
c. een duidelijke en concrete omschrijving van de uitvoering van de activiteiten van het project die voldoet aan eisen van kwaliteit, waaronder in elk geval de eis dat het project aansluit op kenbare en relevante beleidsontwikkeling terzake binnen het landelijk orgaan;
d. de wijze waarop met scholen die vmbo verzorgen, hogescholen en instellingen, bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, wordt samengewerkt.
4. De Vereniging Colo kan in overleg met de landelijke organen een verzoek indienen voor aanspraak op een subsidie ter uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2, indien het project het gemeenschappelijk belang van de landelijke organen dient. Het tweede lid onderdeel a, en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De Vereniging Colo draagt er zorg voor dat van het voorstel, bedoeld in artikel 3, tweede lid, deel uitmaakt een controle van de aansluiting van het vmbo met de eindtermen van de opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdelen a en b, van de wet.
2. In het verzoek is opgenomen:
a. indien landelijke organen samenwerken, het landelijk orgaan dat de aanvullende vergoeding ontvangt;
b. een plan van aanpak conform het format dat door de Vereniging Colo op 13 juli 2000 bij brief met kenmerk RVDK 5746CM/9.1 aan de landelijke organen is toegezonden.
3. Het plan van aanpak omvat ten minste:
a. de uitwerking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
b. een duidelijke en concrete omschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project en de wijze waarop deze opbrengst bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 2;
c. een duidelijke en concrete omschrijving van de uitvoering van de activiteiten van het project die voldoet aan eisen van kwaliteit, waaronder in elk geval de eis dat het project aansluit op kenbare en relevante beleidsontwikkeling terzake binnen het landelijk orgaan;
d. de wijze waarop met scholen die vmbo verzorgen, hogescholen en instellingen, bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, wordt samengewerkt.
4. De Vereniging Colo kan in overleg met de landelijke organen een verzoek indienen voor aanspraak op een subsidie ter uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2, indien het project het gemeenschappelijk belang van de landelijke organen dient. Het tweede lid onderdeel a, en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De Vereniging Colo draagt er zorg voor dat van het voorstel, bedoeld in artikel 3, tweede lid, deel uitmaakt een controle van de aansluiting van het vmbo met de eindtermen van de opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdelen a en b, van de wet.