BWBR0011531
Geldig vanaf 2000-09-06
Artikel 3
Besluit aanpassing arbeidsduur militairen
1. Onze Minister kan een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur afwijzen of een verleend buitengewoon verlof, als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, tijdelijk opschorten, als naar zijn oordeel zwaarwegende dienstbelangen dat vereisen.
2. Onverminderd hetgeen is bepaald in <a href="/wet/BWBR0011173/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, achtste lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur</a>is van een zwaarwegend dienstbelang in ieder geval sprake bij varen, vliegen, oefenen, alsmede de daadwerkelijke inzet van de krijgsmacht, de voorbereiding daarop en voltijdse opleidingen in verband met het functioneren van de krijgsmacht.
3. Onze Minister kan het buitengewoon verlof, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in geval van buitengewone omstandigheden beëindigen.
2. Onverminderd hetgeen is bepaald in <a href="/wet/BWBR0011173/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, achtste lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur</a>is van een zwaarwegend dienstbelang in ieder geval sprake bij varen, vliegen, oefenen, alsmede de daadwerkelijke inzet van de krijgsmacht, de voorbereiding daarop en voltijdse opleidingen in verband met het functioneren van de krijgsmacht.
3. Onze Minister kan het buitengewoon verlof, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in geval van buitengewone omstandigheden beëindigen.