BWBR0011530
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 1a
Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. bewaker: de met het uitvoeren van de bewakings- en beveiligingstaak belaste: 1°. militair;
2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;
1°. militair;
2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;
b. meerdere: 1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;
2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;
3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;
1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;
2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;
3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;
c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;
d. geweldmiddel: een geweldmiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid;
e. gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.
2. Onder het gebruiken van geweld wordt mede verstaan:
a. het dreigen met geweld;
b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
a. bewaker: de met het uitvoeren van de bewakings- en beveiligingstaak belaste: 1°. militair;
2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;
1°. militair;
2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;
b. meerdere: 1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;
2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;
3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;
1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;
2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;
3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;
c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;
d. geweldmiddel: een geweldmiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid;
e. gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.
2. Onder het gebruiken van geweld wordt mede verstaan:
a. het dreigen met geweld;
b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.
- Citeren als
- Art. 1a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011530
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl