BWBR0011507
Geldig vanaf 2000-10-05
Artikel 4
Instelling interdepartementaal ICT-beraad
1. Het ICT-beraad bestaat uit de volgende leden:
a. de directeur-generaal Openbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens voorzitter;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens plaatsvervangend voorzitter;
c. de plaatsvervangend hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken;
d. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken;
e. de directeur-generaal Economie en Financiën van het ministerie van Defensie;
f. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken;
g. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;
h. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Justitie;
i. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
j. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
k. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
l. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;
m. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
n. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Een lid van het ICT-beraad kan zich bij uitzondering en na schriftelijke mededeling aan de secretaris, bedoeld in het derde lid, door een andere ambtenaar van zijn ministerie laten vervangen.
3. De directeur van de directie Informatiebeleid Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is secretaris van het ICT-beraad. Hij heeft in de vergaderingen van het ICT-beraad geen stemrecht.
4. Het ICT-beraad kan zich in zijn vergaderingen doen adviseren door deskundigen.
5. Het ICT-beraad kan zich voor zijn werkzaamheden laten ondersteunen door een of meerdere overlegorganen, bestaande uit vertegenwoordigers van de in het eerste lid genoemde ministeries.
a. de directeur-generaal Openbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens voorzitter;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tevens plaatsvervangend voorzitter;
c. de plaatsvervangend hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken;
d. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken;
e. de directeur-generaal Economie en Financiën van het ministerie van Defensie;
f. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken;
g. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;
h. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Justitie;
i. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
j. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
k. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
l. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;
m. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
n. de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Een lid van het ICT-beraad kan zich bij uitzondering en na schriftelijke mededeling aan de secretaris, bedoeld in het derde lid, door een andere ambtenaar van zijn ministerie laten vervangen.
3. De directeur van de directie Informatiebeleid Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is secretaris van het ICT-beraad. Hij heeft in de vergaderingen van het ICT-beraad geen stemrecht.
4. Het ICT-beraad kan zich in zijn vergaderingen doen adviseren door deskundigen.
5. Het ICT-beraad kan zich voor zijn werkzaamheden laten ondersteunen door een of meerdere overlegorganen, bestaande uit vertegenwoordigers van de in het eerste lid genoemde ministeries.