BWBR0011442
Geldig vanaf 2001-05-31
Artikel 5
Regeling toepassing mechanische middelen in penitentiaire inrichtingen
1. De directeur stelt voor de toepassing van mechanische middelen een protocol vast.
2. Het protocol omvat in elk geval:
a. welke mechanische middelen in de inrichting aanwezig zijn en op welke wijze zij worden toegepast;
b. de voorschriften voor de toepassing van de mechanische middelen;
c. de aanwijzing van de ambtenaar of medewerker, bedoeld in artikel 6, belast met de verzorging van en het toezicht op de gedetineerde ten aanzien van wie een mechanisch middel is toegepast;
d. de wijze van verslaglegging inzake de toestand van de gedetineerde;
e. de wijze waarop de besluitvorming tot stand komt en wordt vastgelegd ten aanzien van de aanvang, de continuering en de beëindiging van de toepassing van de mechanische middelen;
f. de wijze waarop betrokken ambtenaren of medewerkers periodiek worden getraind in de toepassing van mechanische middelen;
g. de wijze van bekendmaking van het protocol.
2. Het protocol omvat in elk geval:
a. welke mechanische middelen in de inrichting aanwezig zijn en op welke wijze zij worden toegepast;
b. de voorschriften voor de toepassing van de mechanische middelen;
c. de aanwijzing van de ambtenaar of medewerker, bedoeld in artikel 6, belast met de verzorging van en het toezicht op de gedetineerde ten aanzien van wie een mechanisch middel is toegepast;
d. de wijze van verslaglegging inzake de toestand van de gedetineerde;
e. de wijze waarop de besluitvorming tot stand komt en wordt vastgelegd ten aanzien van de aanvang, de continuering en de beëindiging van de toepassing van de mechanische middelen;
f. de wijze waarop betrokken ambtenaren of medewerkers periodiek worden getraind in de toepassing van mechanische middelen;
g. de wijze van bekendmaking van het protocol.