BWBR0011440
Geldig vanaf 2000-08-10
Artikel 4
Gaswet
1. De netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, meldt aan Onze Minister onverwijld na zijn aanwijzing zijn naam en adres en de naam en het adres van zijn aandeelhouders en zendt aan Onze Minister een beschrijving van het gastransportnet dat door hem wordt beheerd. Tenminste eenmaal per jaar meldt hij Onze Minister iedere wijziging van de namen of adressen en zendt hij hem een beschrijving van de wijziging van het gastransportnet dat door hem wordt beheerd.
2. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 2c, 3, 3bof 3c, of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 1hen 10ete voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 10, 10b, 42of 54auit te voeren, indien een netbeheerder niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10Aaof 10cdan wel, indien een netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/24b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10d.
3. Indien Onze Minister voorschriften verbindt aan zijn instemming, strekken deze er slechts toe de geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in het tweede lid, weg te nemen.
2. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 2c, 3, 3bof 3c, of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 1hen 10ete voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 10, 10b, 42of 54auit te voeren, indien een netbeheerder niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10Aaof 10cdan wel, indien een netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/24b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10d.
3. Indien Onze Minister voorschriften verbindt aan zijn instemming, strekken deze er slechts toe de geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in het tweede lid, weg te nemen.