BWBR0011411
Geldig vanaf 2000-07-01
Artikel 3
Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000
1. Als categorieën verontreinigde grond waarvoor een adviesaanvrage aan het servicecentrum, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet bodembescherming, achterwege kan blijven worden aangewezen:
a. voorzover afkomstig van gevallen van niet-ernstige verontreiniging: grond, daaronder mede verstaan baggerspecie;
b. voorzover afkomstig van gevallen van ernstige verontreiniging: 1°. grond van een verontreinigingsgehalte dat voor geen van de parameters ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, mits die grond als gevolg van uitloging voor geen enkele parameter de immissiewaarden overschrijdt; 2°. baggerspecie.
2. Voorts kan een adviesaanvrage over grond afkomstig van gevallen van ernstige verontreiniging achterwege blijven, indien betrokkene op een voor het bevoegde gezag genoegzame wijze in het saneringsplan aantoont dat zodanige grond voor alle parameters is te reinigen tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor schone grond.
a. voorzover afkomstig van gevallen van niet-ernstige verontreiniging: grond, daaronder mede verstaan baggerspecie;
b. voorzover afkomstig van gevallen van ernstige verontreiniging: 1°. grond van een verontreinigingsgehalte dat voor geen van de parameters ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, mits die grond als gevolg van uitloging voor geen enkele parameter de immissiewaarden overschrijdt; 2°. baggerspecie.
2. Voorts kan een adviesaanvrage over grond afkomstig van gevallen van ernstige verontreiniging achterwege blijven, indien betrokkene op een voor het bevoegde gezag genoegzame wijze in het saneringsplan aantoont dat zodanige grond voor alle parameters is te reinigen tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor schone grond.