BWBR0011400
Geldig vanaf 2000-08-01
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
1. Het lesgeld wordt door de lesgeldplichtige aan het Ministerie van OCW voldaan. De lesgeldplichtige heeft de keuze tussen:
a. betaling ineens binnen een maand na de datum van het betalingsverzoek, en
b. betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister.
2. Indien de lesgeldplichtige heeft gekozen voor betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister en de laatste termijn nog niet is betaald op het moment dat een termijnregeling voor een daarop volgend schooljaar tot stand komt, kunnen beide termijnregelingen worden samengevoegd.
3. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de leerling voor 1 oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt van het totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand:
a. oktober van het schooljaar: 11,11%;
b. november van het schooljaar: 11,11%;
c. december van het schooljaar: 11,11%;
d. januari van het schooljaar: 11,11%;
e. februari van het schooljaar: 11,11%;
f. maart van het schooljaar: 11,11%;
g. april van het schooljaar: 11,11%;
h. mei van het schooljaar: 11,11%; en
i. juni van het schooljaar: 11,11%.
4. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in termijnen heeft verstrekt en de leerling na 30 september van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen.
a. betaling ineens binnen een maand na de datum van het betalingsverzoek, en
b. betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister.
2. Indien de lesgeldplichtige heeft gekozen voor betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister en de laatste termijn nog niet is betaald op het moment dat een termijnregeling voor een daarop volgend schooljaar tot stand komt, kunnen beide termijnregelingen worden samengevoegd.
3. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de leerling voor 1 oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt van het totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand:
a. oktober van het schooljaar: 11,11%;
b. november van het schooljaar: 11,11%;
c. december van het schooljaar: 11,11%;
d. januari van het schooljaar: 11,11%;
e. februari van het schooljaar: 11,11%;
f. maart van het schooljaar: 11,11%;
g. april van het schooljaar: 11,11%;
h. mei van het schooljaar: 11,11%; en
i. juni van het schooljaar: 11,11%.
4. Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in termijnen heeft verstrekt en de leerling na 30 september van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen.