BWBR0011395
Geldig vanaf 2009-12-18
Artikel 5
Besluit Beheer Haringvlietsluizen
1. De meetresultaten van het meetnet staan permanent ter beschikking van de waterbedrijven en waterschappen.
2. Een jaar na aanvang van het sluisbeheer als bedoeld in artikel 1, lid 1en vervolgens elk jaar daarop volgend, wordt door Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland, als beheerder van de Haringvlietsluizen, gerapporteerd aan de betrokken waterbedrijven, regionale Milieu-inspecties, waterschappen en provincies over de effecten van het sluisbeheer.
3. De in het tweede lid bedoelde rapportages worden ten minste eenmaal per jaar besproken in een begeleidingsgroep. In deze begeleidingsgroep hebben in elk geval zitting: de betrokken waterbedrijven, regionale Milieu-inspecties, waterschappen, provincies, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Zuidwest en Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland.
4. Uiterlijk vijf jaar na de invoering van het sluisbeheer conform dit besluit worden de effecten daarvan in overleg met de leden van de begeleidingsgroep geëvalueerd en getoetst aan de verwachtingen als neergelegd in het milieueffectrapport over het beheer van de Haringvlietsluizen. Daarbij wordt aan alle betrokken belangen aandacht besteed.
2. Een jaar na aanvang van het sluisbeheer als bedoeld in artikel 1, lid 1en vervolgens elk jaar daarop volgend, wordt door Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland, als beheerder van de Haringvlietsluizen, gerapporteerd aan de betrokken waterbedrijven, regionale Milieu-inspecties, waterschappen en provincies over de effecten van het sluisbeheer.
3. De in het tweede lid bedoelde rapportages worden ten minste eenmaal per jaar besproken in een begeleidingsgroep. In deze begeleidingsgroep hebben in elk geval zitting: de betrokken waterbedrijven, regionale Milieu-inspecties, waterschappen, provincies, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Zuidwest en Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland.
4. Uiterlijk vijf jaar na de invoering van het sluisbeheer conform dit besluit worden de effecten daarvan in overleg met de leden van de begeleidingsgroep geëvalueerd en getoetst aan de verwachtingen als neergelegd in het milieueffectrapport over het beheer van de Haringvlietsluizen. Daarbij wordt aan alle betrokken belangen aandacht besteed.