BWBR0011385
Geldig vanaf 2000-06-23
Artikel III
Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot medezeggenschap van gepensioneerden en gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden
1. Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie artikel 6a, eerste lid, vierde zin, en vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat artikel luidt na inwerkingtreding van deze wet, tot 1 januari 2001 niet van toepassing zijn.
2. Met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaande deelnemersraden als bedoeld in artikel 6a, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, moeten de statuten en reglementen van een fonds binnen vijf jaren na dat tijdstip voldoen aan dat artikel.
2. Met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaande deelnemersraden als bedoeld in artikel 6a, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, moeten de statuten en reglementen van een fonds binnen vijf jaren na dat tijdstip voldoen aan dat artikel.