BWBR0011372
Geldig vanaf 2000-06-03
Artikel 5
Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 2000
1. Voor de samenstelling van de Regionaal Expertisecentra in oprichting zijn de volgende randvoorwaarden van belang:
a. Alle scholen van de onderwijssoorten in een cluster in een REC regio zijn aangesloten bij het REC in oprichting;
b. Het REC is zodanig samengesteld dat de totale doelgroep van het betreffende cluster bediend kan worden. Dit houdt in dat: 1. Een regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan:
1.1. visueel gehandicapte leerlingen;
1.2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
1.3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
1.4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien er in het geografisch aaneengesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
2. er zowel een SO als VSO voorziening aanwezig is, voor elk van de onderwijssoorten, met uitzondering van onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. indien wordt aangetoond dat de realisatie van onder b2 genoemde eis leidt tot niet functionele eenheden, omdat: a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
1. Een regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan:
1.1. visueel gehandicapte leerlingen;
1.2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
1.3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
1.4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien er in het geografisch aaneengesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
2. er zowel een SO als VSO voorziening aanwezig is, voor elk van de onderwijssoorten, met uitzondering van onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. indien wordt aangetoond dat de realisatie van onder b2 genoemde eis leidt tot niet functionele eenheden, omdat: a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
2. De scholen die deel uitmaken van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting stellen zich ten doel de volgende taken te verrichten:
a. Het bieden van onderwijs aan gehandicapte leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen;
b. Het verzorgen van ambulante begeleiding voor leerlingen die buiten dit Regionaal Expertisecentrum in oprichting naar school gaan en die specifieke ondersteuning behoeven die vanuit dit Regionaal Expertisecentrum in oprichting gegeven kan worden;
c. Ambulante begeleiding op REC niveau te organiseren;
d. Het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek voor leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen en op verzoek van andere scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
e. Het bieden van advies en collegiale consultatie op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
f. Op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting kan door therapeuten en/of logopedisten onderwijsondersteuning worden geboden aan leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
g. Het inrichten van een depot aan hulpmiddelen en deze hulpmiddelen op verzoek van scholen of Regionale Expertisecentra in oprichting beschikbaar stellen aan gehandicapte leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
h. Het onderhouden en ontwikkelen van de eigen expertise in samenspraak met andere Regionale Expertisecentra in oprichting uit hetzelfde cluster, bedoeld in het tweede lid.
a. Alle scholen van de onderwijssoorten in een cluster in een REC regio zijn aangesloten bij het REC in oprichting;
b. Het REC is zodanig samengesteld dat de totale doelgroep van het betreffende cluster bediend kan worden. Dit houdt in dat: 1. Een regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan:
1.1. visueel gehandicapte leerlingen;
1.2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
1.3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
1.4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien er in het geografisch aaneengesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
2. er zowel een SO als VSO voorziening aanwezig is, voor elk van de onderwijssoorten, met uitzondering van onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. indien wordt aangetoond dat de realisatie van onder b2 genoemde eis leidt tot niet functionele eenheden, omdat: a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
1. Een regionaal Expertisecentrum in oprichting bestaat uit tenminste één van de volgende clusters van scholen waar onderwijs wordt gegeven aan:
1.1. visueel gehandicapte leerlingen;
1.2. dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
1.3. zeer moeilijk lerende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is evenals langdurig zieke kinderen waarbij een lichamelijke handicap dominant is;
1.4. zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen waarbij een gedragsmatige handicap dominant is, kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten, indien er in het geografisch aaneengesloten gebied een pedologisch instituut aanwezig is;
2. er zowel een SO als VSO voorziening aanwezig is, voor elk van de onderwijssoorten, met uitzondering van onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
3. indien wordt aangetoond dat de realisatie van onder b2 genoemde eis leidt tot niet functionele eenheden, omdat: a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
a. de uitbreiding van de schaalgrootte van het REC leidt tot zodanige omvang van het REC dat de uitvoering van de taken, genoemd in lid 2 van dit artikel in het gedrang komen en;
b. uit een analyse van de huidige leerling stromen blijkt dat het REC "zelfvoorzienend" is ook voor leerlingen in de vso-leeftijd en;
c. wordt aangetoond dat op andere wijze in VSO onderwijs in het REC wordt voorzien; kan met goedkeuring van de minister worden afgeweken van de onder b2 genoemde voorwaarde.
2. De scholen die deel uitmaken van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting stellen zich ten doel de volgende taken te verrichten:
a. Het bieden van onderwijs aan gehandicapte leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen;
b. Het verzorgen van ambulante begeleiding voor leerlingen die buiten dit Regionaal Expertisecentrum in oprichting naar school gaan en die specifieke ondersteuning behoeven die vanuit dit Regionaal Expertisecentrum in oprichting gegeven kan worden;
c. Ambulante begeleiding op REC niveau te organiseren;
d. Het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek voor leerlingen die zijn ingeschreven op één van de deelnemende scholen en op verzoek van andere scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
e. Het bieden van advies en collegiale consultatie op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting;
f. Op verzoek van scholen of andere Regionale Expertisecentra in oprichting kan door therapeuten en/of logopedisten onderwijsondersteuning worden geboden aan leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
g. Het inrichten van een depot aan hulpmiddelen en deze hulpmiddelen op verzoek van scholen of Regionale Expertisecentra in oprichting beschikbaar stellen aan gehandicapte leerlingen die daar specifiek behoefte aan hebben;
h. Het onderhouden en ontwikkelen van de eigen expertise in samenspraak met andere Regionale Expertisecentra in oprichting uit hetzelfde cluster, bedoeld in het tweede lid.