BWBR0011370
Geldig vanaf 2000-06-01
Artikel II
Wijziging Besluit algemene richtlijnen post
1. De houder van de concessie geeft voor de eerste maal uitvoering aan de verplichtingen in de onderdelen 2.18 en 2.19 over het jaar 2001, en voor de eerste maal uitvoering aan de verplichtingen in onderdeel 2.20 in het jaar 2002 voor 1 april van dat jaar.
2. Onderdeel 2.18 van het Besluit algemene richtlijnen post, zoals dit luidt tot de datum waarop het onderhavige wijzigingsbesluit in werking treedt, blijft van af die datum van kracht tot en met 31 december 2000.
3. De houder van de concessie is verplicht voor 1 april 2001 het college te informeren over de wijze waarop hij over de onder b. aangegeven periode van het jaar 2000 uitvoering heeft gegeven aan het onder b. bedoelde onderdeel 2.18, en aan het college de uitkomsten over te leggen van de over die periode gehouden metingen over de overkomstduur van het postvervoer van binnenlandse brieven met de standaard overnight service, vergezeld van een motivering daarvan en een nauwkeurige omschrijving van de toegepaste meetsystematiek.
2. Onderdeel 2.18 van het Besluit algemene richtlijnen post, zoals dit luidt tot de datum waarop het onderhavige wijzigingsbesluit in werking treedt, blijft van af die datum van kracht tot en met 31 december 2000.
3. De houder van de concessie is verplicht voor 1 april 2001 het college te informeren over de wijze waarop hij over de onder b. aangegeven periode van het jaar 2000 uitvoering heeft gegeven aan het onder b. bedoelde onderdeel 2.18, en aan het college de uitkomsten over te leggen van de over die periode gehouden metingen over de overkomstduur van het postvervoer van binnenlandse brieven met de standaard overnight service, vergezeld van een motivering daarvan en een nauwkeurige omschrijving van de toegepaste meetsystematiek.