BWBR0011366
Geldig vanaf 2000-06-09
Artikel 3
Vrijstellingsregeling lokaalspoorwegen
De werkgever organiseert de arbeid in een vooraf opgesteld arbeidstijdpatroon zodanig, dat de werknemer:
a. ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren arbeid verricht in nachtdienst welke eindigt vóór of op 02.00 uur;
b. na een nachtdienst die wordt gevolgd door een dienst, niet zijnde een nachtdienst, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren;
c. in de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, ten hoogste 6 uur arbeid verricht;
d. na de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 48 uren.
a. ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren arbeid verricht in nachtdienst welke eindigt vóór of op 02.00 uur;
b. na een nachtdienst die wordt gevolgd door een dienst, niet zijnde een nachtdienst, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren;
c. in de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, ten hoogste 6 uur arbeid verricht;
d. na de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 48 uren.