BWBR0011349
Geldig vanaf 2000-05-26
Artikel 1
Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten Rijnvaartpolitiereglement 1995
De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 3 van het Besluit Rijnvaartpolitiereglement 1995zijn:
1. De Minister van Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het derde lid bedoelde aangelegenheden;
2.02, tweede lid;
4.06, eerste lid, onderdeel a;
15.05, eerste lid.
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het derde lid bedoelde aangelegenheden;
2.02, tweede lid;
4.06, eerste lid, onderdeel a;
15.05, eerste lid.
2. Het college van gedeputeerde staten van de provincie, waarin de inrichting voor het ontvangen van afval is gelegen, dan wel de beheerder van een havenontvangstinrichting in de artikelen: 15.01, eerste lid, onderdeel d;
15.05, tweede lid.
15.01, eerste lid, onderdeel d;
15.05, tweede lid.
3. De Commissie van Deskundigen, bedoeld in artikel 2.01 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, in de artikelen: 1.07, vijfde lid;
13.06.
1.07, vijfde lid;
13.06.
4. De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht en Limburg, ieder voorzover het zijn ambtsgebied betreft, in de artikelen: 1.01, onderdeel l;
1.10, derde en vierde lid;
1.18, vierde lid;
1.19;
1.20;
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het tweede lid bedoelde aangelegenheden;
1.23;
3.20, vierde lid;
3.25, derde lid;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
3.33, eerste lid;
4.05, vijfde lid;
5.01, eerste lid;
6.08, tweede lid;
6.18, tweede lid;
6.19, eerste lid;
6.22, eerste lid;
6.23, tweede lid, onderdeel a;
6.29, onderdeel b;
6.30, vierde lid;
6.31, eerste lid;
7.01, derde lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
7.07, derde lid;
7.08, eerste en derde lid;
8.04, onderdeel b;
9.09, eerste en derde lid;
11.01, vijfde lid;
11.02, tweede en derde lid, onderdelen 3.4c, 3.5d en e, 3.6 en 3.7;
12.01, eerste lid, onderdeel h, tweede, vierde en zesde lid;
14.01, derde lid;
14.12, zesde lid, de onderdelen b en c, en zevende lid, onderdeel a;
14.13, eerste en derde lid.
1.01, onderdeel l;
1.10, derde en vierde lid;
1.18, vierde lid;
1.19;
1.20;
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het tweede lid bedoelde aangelegenheden;
1.23;
3.20, vierde lid;
3.25, derde lid;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
3.33, eerste lid;
4.05, vijfde lid;
5.01, eerste lid;
6.08, tweede lid;
6.18, tweede lid;
6.19, eerste lid;
6.22, eerste lid;
6.23, tweede lid, onderdeel a;
6.29, onderdeel b;
6.30, vierde lid;
6.31, eerste lid;
7.01, derde lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
7.07, derde lid;
7.08, eerste en derde lid;
8.04, onderdeel b;
9.09, eerste en derde lid;
11.01, vijfde lid;
11.02, tweede en derde lid, onderdelen 3.4c, 3.5d en e, 3.6 en 3.7;
12.01, eerste lid, onderdeel h, tweede, vierde en zesde lid;
14.01, derde lid;
14.12, zesde lid, de onderdelen b en c, en zevende lid, onderdeel a;
14.13, eerste en derde lid.
5. voor artikel 1.21, eerste lid: de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in wiens regio een bijzonder transport aanvangt, voor het totale gedeelte van de bij het rijk in beheer zijnde vaarweg of vaarwegen waarop dat bijzonder transport zal varen.
6. De ambtenaren belast met de handhaving van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 in de artikelen: 1.12, derde en vierde lid;
1.13, tweede en derde lid;
1.14;
1.15, tweede lid;
1.17, eerste lid;
8.09, achtste lid;
15.03, tweede lid.
1.12, derde en vierde lid;
1.13, tweede en derde lid;
1.14;
1.15, tweede lid;
1.17, eerste lid;
8.09, achtste lid;
15.03, tweede lid.
1. De Minister van Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het derde lid bedoelde aangelegenheden;
2.02, tweede lid;
4.06, eerste lid, onderdeel a;
15.05, eerste lid.
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het derde lid bedoelde aangelegenheden;
2.02, tweede lid;
4.06, eerste lid, onderdeel a;
15.05, eerste lid.
2. Het college van gedeputeerde staten van de provincie, waarin de inrichting voor het ontvangen van afval is gelegen, dan wel de beheerder van een havenontvangstinrichting in de artikelen: 15.01, eerste lid, onderdeel d;
15.05, tweede lid.
15.01, eerste lid, onderdeel d;
15.05, tweede lid.
3. De Commissie van Deskundigen, bedoeld in artikel 2.01 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, in de artikelen: 1.07, vijfde lid;
13.06.
1.07, vijfde lid;
13.06.
4. De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Zuid-Holland, Utrecht en Limburg, ieder voorzover het zijn ambtsgebied betreft, in de artikelen: 1.01, onderdeel l;
1.10, derde en vierde lid;
1.18, vierde lid;
1.19;
1.20;
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het tweede lid bedoelde aangelegenheden;
1.23;
3.20, vierde lid;
3.25, derde lid;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
3.33, eerste lid;
4.05, vijfde lid;
5.01, eerste lid;
6.08, tweede lid;
6.18, tweede lid;
6.19, eerste lid;
6.22, eerste lid;
6.23, tweede lid, onderdeel a;
6.29, onderdeel b;
6.30, vierde lid;
6.31, eerste lid;
7.01, derde lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
7.07, derde lid;
7.08, eerste en derde lid;
8.04, onderdeel b;
9.09, eerste en derde lid;
11.01, vijfde lid;
11.02, tweede en derde lid, onderdelen 3.4c, 3.5d en e, 3.6 en 3.7;
12.01, eerste lid, onderdeel h, tweede, vierde en zesde lid;
14.01, derde lid;
14.12, zesde lid, de onderdelen b en c, en zevende lid, onderdeel a;
14.13, eerste en derde lid.
1.01, onderdeel l;
1.10, derde en vierde lid;
1.18, vierde lid;
1.19;
1.20;
1.22, eerste lid, alleen voor wat betreft de in het tweede lid bedoelde aangelegenheden;
1.23;
3.20, vierde lid;
3.25, derde lid;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
3.33, eerste lid;
4.05, vijfde lid;
5.01, eerste lid;
6.08, tweede lid;
6.18, tweede lid;
6.19, eerste lid;
6.22, eerste lid;
6.23, tweede lid, onderdeel a;
6.29, onderdeel b;
6.30, vierde lid;
6.31, eerste lid;
7.01, derde lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
7.07, derde lid;
7.08, eerste en derde lid;
8.04, onderdeel b;
9.09, eerste en derde lid;
11.01, vijfde lid;
11.02, tweede en derde lid, onderdelen 3.4c, 3.5d en e, 3.6 en 3.7;
12.01, eerste lid, onderdeel h, tweede, vierde en zesde lid;
14.01, derde lid;
14.12, zesde lid, de onderdelen b en c, en zevende lid, onderdeel a;
14.13, eerste en derde lid.
5. voor artikel 1.21, eerste lid: de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in wiens regio een bijzonder transport aanvangt, voor het totale gedeelte van de bij het rijk in beheer zijnde vaarweg of vaarwegen waarop dat bijzonder transport zal varen.
6. De ambtenaren belast met de handhaving van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 in de artikelen: 1.12, derde en vierde lid;
1.13, tweede en derde lid;
1.14;
1.15, tweede lid;
1.17, eerste lid;
8.09, achtste lid;
15.03, tweede lid.
1.12, derde en vierde lid;
1.13, tweede en derde lid;
1.14;
1.15, tweede lid;
1.17, eerste lid;
8.09, achtste lid;
15.03, tweede lid.