BWBR0011344
Geldig vanaf 2000-05-19
Artikel 11
Regeling subsidie onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap
1. Het LSOP, op voorstel van de CPW, dient de aanvraag tot subsidievaststelling bij de minister in voor 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. de door de raad van toezicht van het LSOP goedgekeurde jaarrekening over het subsidiejaar, waarbij een accountantsverklaring is gevoegd;
b. het verslag van werkzaamheden over het subsidiejaar;
c. de resultaten van het gesubsidieerde onderzoek in de vorm van een tussenrapportage of de goedgekeurde eindrapportage.
3. Ter nadere verificatie van de verantwoording kan de minister een onderzoek laten instellen door door hem aangewezen ambtenaren of andere personen. Op hun verzoek verstrekken het LSOP en de CPW alle bescheiden en inlichtingen die de in de eerste volzin bedoelde personen noodzakelijk achten voor een juiste vervulling van hun taak.
4. Indien door of namens de CPW of een onderzoekinstelling onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of indien de in deze bepalingen vervatte voorschriften, of andere voorschriften die de minister aan het verlenen van de subsidie heeft verbonden, niet zijn nageleefd, kan de minister de toezegging wijzigen, dan wel intrekken, het verstrekken van voorschotten opschorten, of de subsidie op een lager bedrag vaststellen, dan wanneer de instelling wel aan deze voorschriften had voldaan.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. de door de raad van toezicht van het LSOP goedgekeurde jaarrekening over het subsidiejaar, waarbij een accountantsverklaring is gevoegd;
b. het verslag van werkzaamheden over het subsidiejaar;
c. de resultaten van het gesubsidieerde onderzoek in de vorm van een tussenrapportage of de goedgekeurde eindrapportage.
3. Ter nadere verificatie van de verantwoording kan de minister een onderzoek laten instellen door door hem aangewezen ambtenaren of andere personen. Op hun verzoek verstrekken het LSOP en de CPW alle bescheiden en inlichtingen die de in de eerste volzin bedoelde personen noodzakelijk achten voor een juiste vervulling van hun taak.
4. Indien door of namens de CPW of een onderzoekinstelling onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of indien de in deze bepalingen vervatte voorschriften, of andere voorschriften die de minister aan het verlenen van de subsidie heeft verbonden, niet zijn nageleefd, kan de minister de toezegging wijzigen, dan wel intrekken, het verstrekken van voorschotten opschorten, of de subsidie op een lager bedrag vaststellen, dan wanneer de instelling wel aan deze voorschriften had voldaan.