BWBR0011327
Geldig vanaf 2000-04-30
Artikel 8
Regeling nadere voorschriften inzake de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen
1. Indien producten van dierlijke oorsprong worden aangeboden bij een inspectiepost aan de grens met het doel om later te worden overgeladen en te worden bestemd voor een andere inspectiepost aan de grens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van richtlijn nr. 97/78/EGstelt de belanghebbende bij deze lading de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens bij aankomst in kennis van het vermoedelijke tijdstip waarop deze producten van dierlijke oorsprong worden uitgeladen, zo nodig van de precieze plaats waar deze lading zich bevindt en van de naam van de inspectiepost aan de grens van de eerstvolgende bestemming.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze.
3. Producten van dierlijke oorsprong als bedoeld in het eerste lid, die worden uitgeladen op een andere wijze dan bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van richtlijn nr. 97/78/EGworden voor een bepaalde tijd opgeslagen onder controle van de bevoegde autoriteit in het douanegebied van de haven of luchthaven als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, onder i, van richtlijn nr. 97/78/EGom later over zee of door de lucht naar een andere inspectiepost aan de grens te worden gezonden.
4. De periode van opslag, bedoeld in het derde lid, bedraagt voor een haven ten minste 7 dagen en maximaal 20 dagen en voor een luchthaven ten minste 12 uur en maximaal 48 uur.
5. Indien een van de in het vierde lid genoemde maximale periode van opslag is verstreken zonder dat de producten van dierlijke oorsprong zijn verzonden naar een andere inspectiepost aan de grens, worden deze producten onderworpen aan de in artikel 4 van richtlijn nr. 97/78/EGvoorgeschreven controles in de inspectiepost aan de grens van binnenkomst op Nederlands grondgebied.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze.
3. Producten van dierlijke oorsprong als bedoeld in het eerste lid, die worden uitgeladen op een andere wijze dan bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van richtlijn nr. 97/78/EGworden voor een bepaalde tijd opgeslagen onder controle van de bevoegde autoriteit in het douanegebied van de haven of luchthaven als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, onder i, van richtlijn nr. 97/78/EGom later over zee of door de lucht naar een andere inspectiepost aan de grens te worden gezonden.
4. De periode van opslag, bedoeld in het derde lid, bedraagt voor een haven ten minste 7 dagen en maximaal 20 dagen en voor een luchthaven ten minste 12 uur en maximaal 48 uur.
5. Indien een van de in het vierde lid genoemde maximale periode van opslag is verstreken zonder dat de producten van dierlijke oorsprong zijn verzonden naar een andere inspectiepost aan de grens, worden deze producten onderworpen aan de in artikel 4 van richtlijn nr. 97/78/EGvoorgeschreven controles in de inspectiepost aan de grens van binnenkomst op Nederlands grondgebied.