BWBR0011326
Geldig vanaf 2000-06-05
Artikel 3
Besluit aanvullend toezicht verzekeraars in een verzekeringsgroep
1. Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een verzekeraar wordt zijn deelneming in een verbonden verzekeraar op proportionele basis in aanmerking genomen.
2. Onder «proportionele basis» wordt verstaan:
a. bij toepassing van methode 1 of 2, bedoeld in artikel 15, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat het belang vertegenwoordigt van de deelnemende verzekeraar; of
b. bij toepassing van methode 3, bedoeld in artikel 15, de percentages die worden gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in artikel 405 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Ongeacht de methode die wordt toegepast, wordt, indien de verbonden verzekeraar een dochteronderneming is en een solvabiliteitstekort vertoont, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking genomen.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestaan dat alleen het proportionele deel van het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming, bedoeld in het derde lid, in aanmerking wordt genomen indien zij van mening is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming strikt en ondubbelzinnig beperkt is tot haar belang daarin.
2. Onder «proportionele basis» wordt verstaan:
a. bij toepassing van methode 1 of 2, bedoeld in artikel 15, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat het belang vertegenwoordigt van de deelnemende verzekeraar; of
b. bij toepassing van methode 3, bedoeld in artikel 15, de percentages die worden gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in artikel 405 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Ongeacht de methode die wordt toegepast, wordt, indien de verbonden verzekeraar een dochteronderneming is en een solvabiliteitstekort vertoont, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking genomen.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestaan dat alleen het proportionele deel van het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming, bedoeld in het derde lid, in aanmerking wordt genomen indien zij van mening is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming strikt en ondubbelzinnig beperkt is tot haar belang daarin.