BWBR0011324
Geldig vanaf 2000-08-11
Artikel 4
Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen
1. Het UWV stelt voor de betrokkene, op diens aanvraag, een traject vast gericht op het ingeschakeld blijven in het arbeidsproces.
2. Het UWV draagt ter uitvoering van het eerste lid werkzaamheden op aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of aan derden, niet zijnde uitvoeringsinstellingen, waardoor de betrokkene in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot het ingeschakeld blijven in het arbeidsproces.
3. De activiteiten, bedoeld in het tweede lid, mogen niet gericht zijn op het behouden van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, of het opnieuw ontstaan van een dienstbetrekking tussen betrokkene en zijn werkgever.
4. Het UWV beëindigt de taak, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de werknemer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met ingang van de eerste dag van het tweede kwartaal na het kwartaal waarin het aantal werknemers, bedoeld in dat lid, waarvoor een traject is vastgesteld, de duizend heeft bereikt, en in ieder geval met ingang van 11 augustus 2004.
2. Het UWV draagt ter uitvoering van het eerste lid werkzaamheden op aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of aan derden, niet zijnde uitvoeringsinstellingen, waardoor de betrokkene in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot het ingeschakeld blijven in het arbeidsproces.
3. De activiteiten, bedoeld in het tweede lid, mogen niet gericht zijn op het behouden van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, of het opnieuw ontstaan van een dienstbetrekking tussen betrokkene en zijn werkgever.
4. Het UWV beëindigt de taak, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de werknemer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met ingang van de eerste dag van het tweede kwartaal na het kwartaal waarin het aantal werknemers, bedoeld in dat lid, waarvoor een traject is vastgesteld, de duizend heeft bereikt, en in ieder geval met ingang van 11 augustus 2004.