BWBR0011304
Geldig vanaf 2000-05-06
Artikel 4
Regeling deelname Rijk aan de Regeling Het Zeeuws Archief
1. Het algemeen bestuur bestaat uit vijf leden.
2. De minister wijst twee leden aan. Deze leden hebben dubbel stemrecht.
3. De raad van de gemeente Middelburg wijst uit zijn midden twee leden aan, waaronder het lid van het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de portefeuille archiefzaken.
4. De raad van de gemeente Veere wijst uit zijn midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, een lid aan.
5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
6. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van de raden of de colleges van B en W waaruit het lid is aangewezen.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. De raden van de gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raden over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
9. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de raden of de minister zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
10. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.
2. De minister wijst twee leden aan. Deze leden hebben dubbel stemrecht.
3. De raad van de gemeente Middelburg wijst uit zijn midden twee leden aan, waaronder het lid van het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de portefeuille archiefzaken.
4. De raad van de gemeente Veere wijst uit zijn midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, een lid aan.
5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
6. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van de raden of de colleges van B en W waaruit het lid is aangewezen.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. De raden van de gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raden over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
9. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de raden of de minister zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
10. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.