BWBR0011300
Geldig vanaf 2000-05-26
Artikel V
Wijzigingswet Drank- en Horecawet
1. Ten aanzien van degene die rechtmatig het horecabedrijf of slijtersbedrijf uitoefent in een inrichting waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeelMM, van deze wet, een op grond van de artikelen 40, 43of 44 van de Drank- en Horecawetverleende ontheffing geldt, blijft de ontheffing gelden. Voornoemde ontheffing geldt ook voor degene die de uitoefening van het bedrijf in die inrichting rechtsgeldig voortzet. Het in de eerste volzin bepaalde geldt niet als er een onderbreking van de bedrijfsuitoefening is geweest gedurende een periode van langer dan een jaar. Ten aanzien van ontheffingen verleend voor een bepaalde tijd vervallen de aan die ontheffing verbonden tijdsbeperkingen. Dit lid vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, welk tijdstip voor de verschillende volzinnen verschillend kan zijn.
2. Artikel 5a van de Drank- en Horecawetgeldt niet ten aanzien van inrichtingen, zolang daarvoor een vergunning geldt die is verstrekt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onder H, van deze wet.
3. Artikel 29 (nieuw) van de Drank- en Horecawetis niet van toepassing op de op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeelDD, van deze wet geldende vergunningen.
4. Zaken betreffende een overtreding als bedoeld in artikel 71 van de Drank- en Horecawetdie op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderVV, van deze wet bij enig rechterlijk college aanhangig zijn, worden, onverminderd artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, afgedaan volgens de tot dat tijdstip geldende regelen.
2. Artikel 5a van de Drank- en Horecawetgeldt niet ten aanzien van inrichtingen, zolang daarvoor een vergunning geldt die is verstrekt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onder H, van deze wet.
3. Artikel 29 (nieuw) van de Drank- en Horecawetis niet van toepassing op de op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeelDD, van deze wet geldende vergunningen.
4. Zaken betreffende een overtreding als bedoeld in artikel 71 van de Drank- en Horecawetdie op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderVV, van deze wet bij enig rechterlijk college aanhangig zijn, worden, onverminderd artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, afgedaan volgens de tot dat tijdstip geldende regelen.