BWBR0011238
Geldig vanaf 2000-03-24
Artikel 4
Vrijstellingsregeling gestarte en uitgebreide bedrijven Meststoffenwet
1. Bij de aangifte, bedoeld in artikel 28 van de wet, die betrekking heeft op het jaar waarvoor de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geldt, wordt door de heffingplichtige melding gemaakt van het overeenkomstig artikel 2, tweede lid, en in voorkomend geval artikel 3, tweede lid, berekende aantal dieren van de onderscheiden diercategorieën. De heffingplichtige maakt ten aanzien van de dieren van de in de bijlage bij de regeling onderscheiden diercategorieën 300, 301, 310, 311 en 411 tevens melding van de mestcode waarmee de door de desbetreffende dieren geproduceerde meststoffen worden aangeduid in bijlage C bij de wet.
2. De melding geschiedt op een daartoe door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de daarop aangegeven wijze wordt ingevuld.
3. Bij de melding wordt een afschrift van de dieradministratie met betrekking tot het jaar waarop de vrijstelling van toepassing is meegezonden.
4. De heffingplichtige die overeenkomstig artikel 9a, eerste lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwetgeen aangifte doet, is vrijgesteld van de verplichting tot het doen de melding.
2. De melding geschiedt op een daartoe door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de daarop aangegeven wijze wordt ingevuld.
3. Bij de melding wordt een afschrift van de dieradministratie met betrekking tot het jaar waarop de vrijstelling van toepassing is meegezonden.
4. De heffingplichtige die overeenkomstig artikel 9a, eerste lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwetgeen aangifte doet, is vrijgesteld van de verplichting tot het doen de melding.