1. De besluiten van het College van procureurs-generaal van 22 juni 1999, 24 november 1999 en 5 januari 2000, inhoudende categoriale aanwijzingen tot benoeming van buitengewone opsporingsambtenaren verkeershandhaving bij de korpsen Drenthe, Brabant Zuid-Oost en Midden- en West Brabant, worden ingetrokken.
2. De akten van beëdiging die berusten op de in artikel 7, eerste lid, genoemde besluiten, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in
artikel 23 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.