BWBR0011117
Geldig vanaf 2000-01-30
Artikel 2
Regeling toestemmingsprocedures Wet ziekenhuisvoorzieningen
1. De aanvraag om een verklaring wordt ingediend onder gebruikmaking van een door het College bouw beschikbaar te stellen digitaal aanvraagformulier. Op verzoek van de indiener zendt het College bouw een papieren versie van dit digitale aanvraagformulier toe. De aanvraag om een verklaring betreffende een verpleeg- of een verzorgingshuis wordt gericht aan de Minister en elektronisch, dat wil zeggen per e-mail of CD-rom, dan wel schriftelijk in vijfvoud, ingediend bij het College bouw. Het College bouw zendt per omgaande een digitale of papieren kopie van deze aanvraag aan de Minister. De aanvragen om een verklaring betreffende de overige ziekenhuisvoorzieningen worden gericht aan en elektronisch, dan wel schriftelijk in vijfvoud, ingediend bij de Minister.
2. De aanvraag betreffende een verpleeg- of een verzorgingshuis gaat vergezeld van het standpunt van het desbetreffende zorgkantoor omtrent de noodzaak van de voorgenomen intramurale zorgverlening of de voortzetting daarvan. Indien de beoogde bouw niet is opgenomen op een door de Minister vastgestelde prioriteitenlijst, vermeldt het zorgkantoor bij zijn standpunt ook het standpunt hierover van de regionale partijen.
3. Wat betreft verpleeg- en verzorgingshuizen wint de Minister binnen vier weken na ontvangst van een afschrift van de aanvraag advies in van het College bouw. Het College bouw wint adviezen in van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en van gedeputeerde staten van de provincie(s) waarin het verpleeg- of verzorgingshuis, waarop de aanvraag betrekking heeft, zich bevindt of zal bevinden Wat betreft de overige ziekenhuisvoorzieningen wint de Minister binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag adviezen in van het College bouw, van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en van gedeputeerde staten van de provincie(s) waarin de ziekenhuisvoorziening, waarop de aanvraag betrekking heeft, zich bevindt of zal bevinden.
4. Het College bouw brengt zijn advies uit binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag dan wel zo spoedig mogelijk nadat de laatste dag van de voor de overige adviesinstanties geldende termijn is verstreken en het gevraagde advies nog niet is ontvangen. De overige adviesinstanties brengen hun advies uit binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
5. De Minister kan op verzoek van een adviesinstantie de in het vorige lid genoemde termijn verlengen met ten hoogste dertien weken.
6. De Minister kan in bijzondere gevallen afwijken van de procedure, bedoeld in het vierde en vijfde lid, indien hij van oordeel is dat deze procedure niet kan worden gevolgd op grond van de dringende aard van de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde aanvraag. De Minister kan in dat geval de adviesinstanties verzoeken hun advies, in afwijking van het vierde lid, uit te brengen binnen een door hem te bepalen termijn.
7. De Minister beslist binnen dertien weken na het verstrijken van de termijn voor het indienen van het laatst te ontvangen advies.
2. De aanvraag betreffende een verpleeg- of een verzorgingshuis gaat vergezeld van het standpunt van het desbetreffende zorgkantoor omtrent de noodzaak van de voorgenomen intramurale zorgverlening of de voortzetting daarvan. Indien de beoogde bouw niet is opgenomen op een door de Minister vastgestelde prioriteitenlijst, vermeldt het zorgkantoor bij zijn standpunt ook het standpunt hierover van de regionale partijen.
3. Wat betreft verpleeg- en verzorgingshuizen wint de Minister binnen vier weken na ontvangst van een afschrift van de aanvraag advies in van het College bouw. Het College bouw wint adviezen in van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en van gedeputeerde staten van de provincie(s) waarin het verpleeg- of verzorgingshuis, waarop de aanvraag betrekking heeft, zich bevindt of zal bevinden Wat betreft de overige ziekenhuisvoorzieningen wint de Minister binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag adviezen in van het College bouw, van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en van gedeputeerde staten van de provincie(s) waarin de ziekenhuisvoorziening, waarop de aanvraag betrekking heeft, zich bevindt of zal bevinden.
4. Het College bouw brengt zijn advies uit binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag dan wel zo spoedig mogelijk nadat de laatste dag van de voor de overige adviesinstanties geldende termijn is verstreken en het gevraagde advies nog niet is ontvangen. De overige adviesinstanties brengen hun advies uit binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
5. De Minister kan op verzoek van een adviesinstantie de in het vorige lid genoemde termijn verlengen met ten hoogste dertien weken.
6. De Minister kan in bijzondere gevallen afwijken van de procedure, bedoeld in het vierde en vijfde lid, indien hij van oordeel is dat deze procedure niet kan worden gevolgd op grond van de dringende aard van de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde aanvraag. De Minister kan in dat geval de adviesinstanties verzoeken hun advies, in afwijking van het vierde lid, uit te brengen binnen een door hem te bepalen termijn.
7. De Minister beslist binnen dertien weken na het verstrijken van de termijn voor het indienen van het laatst te ontvangen advies.