BWBR0011097
Geldig vanaf 2000-02-05
Artikel 4
Regeling overlegprocedure bij reorganisaties
Over het voorlopig reorganisatieplan wordt op de volgende wijze overleg gevoerd:
a. Het overleg met de sectorcommissie Defensie richt zich op het bij de reorganisatie gehanteerde bijzondere arbeidsvoorwaardelijke instrumentarium en op de personele effecten van de reorganisatie voor zover deze raken aan het algemene personeelsbeleid voor de militaire ambtenaren en ambtenaren van het ministerie van Defensie.
b. Met inachtneming van artikel 5 van deze regeling en artikel 25, tweede lid, van het Besluit medezeggenschap Defensie 2008, komen in het overleg met de betrokken medezeggenschapscommissie alle aspecten van de reorganisatie aan de orde, voor zover deze de diensteenheid of diensteenheden betreffen waarop de reorganisatie betrekking heeft. Het gehanteerde bijzondere arbeidsvoorwaardelijke instrumentarium en de personele effecten van reorganisatie, bedoeld in onderdeel a, vormen daarbij een gegeven.
a. Het overleg met de sectorcommissie Defensie richt zich op het bij de reorganisatie gehanteerde bijzondere arbeidsvoorwaardelijke instrumentarium en op de personele effecten van de reorganisatie voor zover deze raken aan het algemene personeelsbeleid voor de militaire ambtenaren en ambtenaren van het ministerie van Defensie.
b. Met inachtneming van artikel 5 van deze regeling en artikel 25, tweede lid, van het Besluit medezeggenschap Defensie 2008, komen in het overleg met de betrokken medezeggenschapscommissie alle aspecten van de reorganisatie aan de orde, voor zover deze de diensteenheid of diensteenheden betreffen waarop de reorganisatie betrekking heeft. Het gehanteerde bijzondere arbeidsvoorwaardelijke instrumentarium en de personele effecten van reorganisatie, bedoeld in onderdeel a, vormen daarbij een gegeven.