BWBR0011085
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 2
Regeling opnemen vertrouwelijke communicatie politie
Met uitzondering van het betreden van een besloten plaats en het aldaar plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, kan een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvorderingworden belast met het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, indien hij beschikt over:
a. kennis van de wijze waarop technisch hulpmiddelen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie werken en worden bediend,
b. technische en tactische vaardigheden die zijn vereist voor het plaatsen van technische hulpmiddelen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, en
c. kennis van de eisen waaraan een proces-verbaal van het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie dient te voldoen.
a. kennis van de wijze waarop technisch hulpmiddelen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie werken en worden bediend,
b. technische en tactische vaardigheden die zijn vereist voor het plaatsen van technische hulpmiddelen voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, en
c. kennis van de eisen waaraan een proces-verbaal van het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie dient te voldoen.