BWBR0011051
Geldig vanaf 2000-02-01
Artikel 2
Regeling opnemen vertrouwelijke communicatie KLPD
Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvorderingaangesteld bij het Korps landelijke politiediensten kan worden belast met het betreden van een woning of andere besloten plaats ten behoeve van het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, indien hij deel uit maakt van een daartoe aangewezen eenheid van het Korps landelijke politiediensten en beschikt over:
a. kennis van tactieken en technieken voor het betreden van besloten plaatsen,
b. kennis van het gebruik van middelen en apparatuur die nodig zijn voor het betreden van besloten plaatsen,
c. technische en tactische vaardigheden die zijn vereist voor het betreden van besloten plaatsen, en
d. kennis van de eisen waaraan een proces-verbaal van het betreden van een besloten plaats dient te voldoen.
a. kennis van tactieken en technieken voor het betreden van besloten plaatsen,
b. kennis van het gebruik van middelen en apparatuur die nodig zijn voor het betreden van besloten plaatsen,
c. technische en tactische vaardigheden die zijn vereist voor het betreden van besloten plaatsen, en
d. kennis van de eisen waaraan een proces-verbaal van het betreden van een besloten plaats dient te voldoen.