BWBR0011047
Geldig vanaf 2000-02-01
Artikel 3
Beleidsvoornemens en subsidieplafonds subsidieregeling BZ
Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 1, onder a van de Subsidieregeling is het volgende beleidskader van toepassing.
Algemeen:Activiteiten die worden uitgevoerd in, dan wel ten goede komen aan slechts één land komen niet voor subsidie in aanmerking.
Prioriteit wordt gegeven aan activiteiten gericht op beleids- en kennisontwikkeling, institutionele versterking, waaronder wordt verstaan capaciteitsopbouw, organisatieversterking en systeemontwikkeling, en versterking van de civil society in de volgende sectoren:
Doelstelling: Verbeteren van de gezondheidssituatie van arme bevolkingsgroepen door middel van het versterken van en verbeteren van de toegang tot de basisgezondheidsvoorzieningen in ontwikkelingslanden.
De doelstellingen van de te subsidiëren activiteiten dienen inhoudelijk overeen te komen met een of meer van de volgende punten:
vergroten van de toegankelijkheid van de basisgezondheidszorg, zowel preventief als curatief;
institutionele versterking binnen de gezondheidssector op nationaal en districtsniveau, met speciale aandacht voor kostenbeheersing, efficiëntie en human resources development;
bestrijding van specifieke tropische ziektes, zoals tuberculose en malaria;
ondersteuning van specifieke programma’s, zoals essentiële geneesmiddelen, immunisatie en micronutriënten;
onderzoek, gericht op beleidsondersteuning, dan wel operationeel of fundamenteel, op een van voornoemde terreinen.
Het beleid op het terrein van reproductieve en sexuele gezondheid richt zich op het mogelijk maken dat mensen (mannen en vrouwen) een gezond reproductief en sexueel leven leiden en in vrijheid kunnen beslissen of zij kinderen willen hebben en hoeveel.
De volgende deelaspecten krijgen daarbij de nadruk:
Safe Motherhood, waarbij uitgegaan wordt van de life-cycle benadering;
Voorzieningen voor adolescenten;
Voorkomen van onveilige abortus en bestrijden van de gevolgen;
Family planning;
Sexueel overdraagbare aandoeningen;
Reproductieve gezondheid voorzieningen voor vluchtelingen;
Reproductieve en sexuele rechten.
Het beleid op het terrein van HIV/AIDS is verwoord in de ‘Voortgangs-rapportage aan de Tweede Kamer’, januari 1998, (kamerstuk 21 836/4) en het beleidsdocument ‘Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van aidsbestrijding’, november 1998, en is gebaseerd op een multisectorele benadering van de problematiek. De volgende deelaspecten krijgen daarbij aandacht:
Bewustwording en preventie;
Zorg en opvang van HIV positieven en AIDS patiënten;
Opvang van AIDS wezen;
Moeder-op-kindtransmissie, inclusief zuigelingenvoeding;
Onderzoek zowel biomedisch als sociaal wetenschappelijk;
Ontwikkeling AIDS-vaccin;
Nondiscriminatie;
Sociaal-economische gevolgen van de epidemie.
Het beleid m.b.t. voeding is verwoord in het sectorbeleidsdocument ‘Voeding, samenspel van voedsel, gezondheid en zorg’, 1995 en gericht op verbetering van de voedingstoestand van met name arme bevolkingsgroepen. Daarin vormen vooral kinderen en (zwangere/lacterende) vrouwen de kwetsbare groepen. Prioriteit wordt gegeven aan het bevorderen van goede voedingsgewoonten en specifiek aan vermindering van ondervoeding, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar:
borstvoeding- en kindervoedingsgewoontes;
micronutrintentekorten;
voedselzekerheid van huishoudens gericht op voedingszekerheid voor individuen.
Het beleid is verwoord in het sectorbeleidsdocument ‘Drinkwatervoorziening en Sanitatie in Ontwikkelingslanden’ (1997). Het doel van het sectorbeleid is verbetering van de toegang tot drinkwater- en sanitatievoorzieningen in het kader van de armoedebestrijding.
Bij de uitvoering van het beleid ligt de nadruk op het scheppen van voorwaarden voor een duurzaam beheer van drinkwater- en sanitatievoorzieningen met nadruk op aspecten als geïntegreerd waterbeheer, institutionele ontwikkeling, hygiëne voorlichting, gebruikersparticipatie en gender, financieel beheer (het verhalen van kosten op de gebruikers) en aangepaste technologie.
Algemeen:Activiteiten die worden uitgevoerd in, dan wel ten goede komen aan slechts één land komen niet voor subsidie in aanmerking.
Prioriteit wordt gegeven aan activiteiten gericht op beleids- en kennisontwikkeling, institutionele versterking, waaronder wordt verstaan capaciteitsopbouw, organisatieversterking en systeemontwikkeling, en versterking van de civil society in de volgende sectoren:
Doelstelling: Verbeteren van de gezondheidssituatie van arme bevolkingsgroepen door middel van het versterken van en verbeteren van de toegang tot de basisgezondheidsvoorzieningen in ontwikkelingslanden.
De doelstellingen van de te subsidiëren activiteiten dienen inhoudelijk overeen te komen met een of meer van de volgende punten:
vergroten van de toegankelijkheid van de basisgezondheidszorg, zowel preventief als curatief;
institutionele versterking binnen de gezondheidssector op nationaal en districtsniveau, met speciale aandacht voor kostenbeheersing, efficiëntie en human resources development;
bestrijding van specifieke tropische ziektes, zoals tuberculose en malaria;
ondersteuning van specifieke programma’s, zoals essentiële geneesmiddelen, immunisatie en micronutriënten;
onderzoek, gericht op beleidsondersteuning, dan wel operationeel of fundamenteel, op een van voornoemde terreinen.
Het beleid op het terrein van reproductieve en sexuele gezondheid richt zich op het mogelijk maken dat mensen (mannen en vrouwen) een gezond reproductief en sexueel leven leiden en in vrijheid kunnen beslissen of zij kinderen willen hebben en hoeveel.
De volgende deelaspecten krijgen daarbij de nadruk:
Safe Motherhood, waarbij uitgegaan wordt van de life-cycle benadering;
Voorzieningen voor adolescenten;
Voorkomen van onveilige abortus en bestrijden van de gevolgen;
Family planning;
Sexueel overdraagbare aandoeningen;
Reproductieve gezondheid voorzieningen voor vluchtelingen;
Reproductieve en sexuele rechten.
Het beleid op het terrein van HIV/AIDS is verwoord in de ‘Voortgangs-rapportage aan de Tweede Kamer’, januari 1998, (kamerstuk 21 836/4) en het beleidsdocument ‘Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van aidsbestrijding’, november 1998, en is gebaseerd op een multisectorele benadering van de problematiek. De volgende deelaspecten krijgen daarbij aandacht:
Bewustwording en preventie;
Zorg en opvang van HIV positieven en AIDS patiënten;
Opvang van AIDS wezen;
Moeder-op-kindtransmissie, inclusief zuigelingenvoeding;
Onderzoek zowel biomedisch als sociaal wetenschappelijk;
Ontwikkeling AIDS-vaccin;
Nondiscriminatie;
Sociaal-economische gevolgen van de epidemie.
Het beleid m.b.t. voeding is verwoord in het sectorbeleidsdocument ‘Voeding, samenspel van voedsel, gezondheid en zorg’, 1995 en gericht op verbetering van de voedingstoestand van met name arme bevolkingsgroepen. Daarin vormen vooral kinderen en (zwangere/lacterende) vrouwen de kwetsbare groepen. Prioriteit wordt gegeven aan het bevorderen van goede voedingsgewoonten en specifiek aan vermindering van ondervoeding, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar:
borstvoeding- en kindervoedingsgewoontes;
micronutrintentekorten;
voedselzekerheid van huishoudens gericht op voedingszekerheid voor individuen.
Het beleid is verwoord in het sectorbeleidsdocument ‘Drinkwatervoorziening en Sanitatie in Ontwikkelingslanden’ (1997). Het doel van het sectorbeleid is verbetering van de toegang tot drinkwater- en sanitatievoorzieningen in het kader van de armoedebestrijding.
Bij de uitvoering van het beleid ligt de nadruk op het scheppen van voorwaarden voor een duurzaam beheer van drinkwater- en sanitatievoorzieningen met nadruk op aspecten als geïntegreerd waterbeheer, institutionele ontwikkeling, hygiëne voorlichting, gebruikersparticipatie en gender, financieel beheer (het verhalen van kosten op de gebruikers) en aangepaste technologie.