BWBR0011032
Geldig vanaf 2000-05-01
Artikel XVI
Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden
Onze Minister van Justitie verstrekt onverwijld na het tijdstip van inwerkingtreding van respectievelijk de artikelen I, II, III, IV, VIof VIIten aanzien van de persoon wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van het desbetreffende artikel reeds rechtens was ontnomen en op de dag van die inwerkingtreding nog steeds is ontnomen, kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen die van invloed kunnen zijn op respectievelijk:
a. het recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet;
b. het recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel het recht op een uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
d. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
e. het recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet; of
f. het recht op nabestaandenuitkering, het recht op halfwezenuitkering dan wel het recht op wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, aan de Sociale Verzekeringsbank en het Landelijk instituut sociale verzekeringen, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer.
a. het recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet;
b. het recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel het recht op een uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
d. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
e. het recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet; of
f. het recht op nabestaandenuitkering, het recht op halfwezenuitkering dan wel het recht op wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, aan de Sociale Verzekeringsbank en het Landelijk instituut sociale verzekeringen, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer.