BWBR0011022
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 13
Regeling subsidiëring Stichting CAOP
1. De minister stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
2. De minister kan bij de vaststelling van de subsidie het bedrag van de subsidie verminderen of intrekken indien de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de voorschriften in verband met de subsidie.
3. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de ingediende jaarrekening. Het subsidiebedrag is gelijk aan het verleende voorschot indien:
a. bij de jaarrekening een goedkeurende accountantsverklaring is verkregen;
b. de accountant geen materiële afwijkingen meldt ten aanzien van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de maximale omvang van de reserve voor bedrijfsrisico’s, bedoeld in artikel 8, tweede lid, niet wordt overschreden.
4. De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot.
2. De minister kan bij de vaststelling van de subsidie het bedrag van de subsidie verminderen of intrekken indien de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de voorschriften in verband met de subsidie.
3. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de ingediende jaarrekening. Het subsidiebedrag is gelijk aan het verleende voorschot indien:
a. bij de jaarrekening een goedkeurende accountantsverklaring is verkregen;
b. de accountant geen materiële afwijkingen meldt ten aanzien van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de maximale omvang van de reserve voor bedrijfsrisico’s, bedoeld in artikel 8, tweede lid, niet wordt overschreden.
4. De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot.