BWBR0010976
Geldig vanaf 2000-02-01
Artikel 4
Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden
1. Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie kunnen gezamenlijk besluiten tot het oprichten van een eenheid bij de Koninklijke marechaussee voor de uitvoering van bevelen tot infiltratie.
2. Het hoofd van het team, bedoeld in artikel 3, tweede lid, adviseert Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie omtrent het besluit, bedoeld in het eerste lid.
3. De eenheid, bedoeld in het eerste lid, werkt samen met het team van de landelijke eenheid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, dat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams alsmede met de infiltratieteams. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kunnen Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie hierover voorschriften opnemen. De krachtens artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 2012gestelde regels ter zake van de bekwaamheid van de leden van de infiltratieteams zijn van toepassing op de leden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
2. Het hoofd van het team, bedoeld in artikel 3, tweede lid, adviseert Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie omtrent het besluit, bedoeld in het eerste lid.
3. De eenheid, bedoeld in het eerste lid, werkt samen met het team van de landelijke eenheid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, dat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams alsmede met de infiltratieteams. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kunnen Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie hierover voorschriften opnemen. De krachtens artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 2012gestelde regels ter zake van de bekwaamheid van de leden van de infiltratieteams zijn van toepassing op de leden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.