BWBR0010971
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 5
Regeling gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur
1. RIB en NS Verkeersleiding B.V. dienen hun begroting met betrekking tot een kalenderjaar uiterlijk vier maanden voor aanvang van het kalenderjaar in.
2. RIB neemt in haar begroting op:
a. de begrote kosten van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde klein onderhoud en functieherstel;
b. de begrote kosten van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde groot onderhoud;
c. de begrote netto-apparaatskosten;
d. de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde begrote kosten voor energiegebruik en schoonmaak;
e. het door Railned B.V. met betrekking tot het kalenderjaar begroot aantal treinkilometers;
f. het door Railned B.V. begrote aantal keren dat een station van categorie 1 dan wel van categorie 2 ten behoeve van het openbaar vervoer van personen wordt aangedaan.
3. NS Verkeersleiding B.V. neemt in haar begroting het begrote aantal trein- en rangeerbewegingen op.
4. RIB en NS Verkeersleiding B.V. dienen hun rekening met betrekking tot een kalenderjaar binnen zes maanden na afloop van dat kalenderjaar in.
5. RIB neemt in haar rekening op:
a. de opbrengsten van de vergoedingen ter zake van het nationale net; het verrekende aantal treinkilometers over spoorstaven en geleiderails die behoren tot het nationale net;
b. het aantal keren dat een station van categorie 1 dan wel van categorie 2 ten behoeve van het openbaar vervoer van personen is aangedaan.
6. De rekeningen van RIB en NS Verkeersleiding B.V. dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
2. RIB neemt in haar begroting op:
a. de begrote kosten van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde klein onderhoud en functieherstel;
b. de begrote kosten van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde groot onderhoud;
c. de begrote netto-apparaatskosten;
d. de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde begrote kosten voor energiegebruik en schoonmaak;
e. het door Railned B.V. met betrekking tot het kalenderjaar begroot aantal treinkilometers;
f. het door Railned B.V. begrote aantal keren dat een station van categorie 1 dan wel van categorie 2 ten behoeve van het openbaar vervoer van personen wordt aangedaan.
3. NS Verkeersleiding B.V. neemt in haar begroting het begrote aantal trein- en rangeerbewegingen op.
4. RIB en NS Verkeersleiding B.V. dienen hun rekening met betrekking tot een kalenderjaar binnen zes maanden na afloop van dat kalenderjaar in.
5. RIB neemt in haar rekening op:
a. de opbrengsten van de vergoedingen ter zake van het nationale net; het verrekende aantal treinkilometers over spoorstaven en geleiderails die behoren tot het nationale net;
b. het aantal keren dat een station van categorie 1 dan wel van categorie 2 ten behoeve van het openbaar vervoer van personen is aangedaan.
6. De rekeningen van RIB en NS Verkeersleiding B.V. dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.