BWBR0010966
Geldig vanaf 1999-12-24
Artikel 2
Regeling erkenning en keuringsvoorschriften aangemelde instanties transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem
1. De aanvraag voor de erkenning als aan te melden instantie gaat ten minste vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:
a. een gewaarmerkt afschrift van de statuten en de akte van oprichting van de rechtspersoon;
b. uittreksel van het ter zake van de aanvrager in het handelsregister ingeschrevene;
c. opgave van beschikbare specifieke deskundigheden met kopieën van relevante diploma’s en loopbaanbeschrijvingen;
d. een beschrijving van de taken waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;
e. overzicht van niet als aangemelde instantie uitgevoerde of uit te voeren werk-zaamheden ten aanzien van onderwerpen waarop hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet betrekking heeft;
f. afschriften van polissen van tegen wettelijke aansprakelijkheid afgesloten verzekeringen;
g. indien toepasselijk bewijsschriften van door de aan te melden instantie verkregen accreditaties;
h. indien toepasselijk afschriften van besluiten tot erkenning of aanwijzing krachtens andere wettelijke voorschriften;
i. overzicht van bedragen die de aan te melden instantie voornemens is in rekening te brengen voor de werkzaamheden waarvoor erkenning wordt aangevraagd;
j. eventuele algemene voorwaarden die de aan te melden instantie voornemens is te hanteren bij overeenkomsten met fabrikanten of aanbestedende diensten;
k. gegevens waaruit concrete invulling van de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 2.5, van de Algemene wet bestuursrecht, blijkt;
l. gegevens met betrekking tot uit te besteden werkzaamheden met inbegrip van een opgave van opdrachtnemers, en
m. afschriften van bedrijfsinterne procedures, handboeken en voorschriften met betrekking tot de uitvoering van de taken waarvoor erkenning aangevraagd wordt.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving van de organisatie met inbegrip van opgave van de personele samenstelling van de organen van de rechtspersoon en in de organisatie aanwezige waarborgen voor onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de aanvrager die reeds aangemelde instantie is voor zover toepasselijk volstaan met een ondertekende verklaring dat geen wijziging is opgetreden ten opzichte van de situatie zoals beschreven in de desbetreffende bescheiden bij de vorige aanvraag.
a. een gewaarmerkt afschrift van de statuten en de akte van oprichting van de rechtspersoon;
b. uittreksel van het ter zake van de aanvrager in het handelsregister ingeschrevene;
c. opgave van beschikbare specifieke deskundigheden met kopieën van relevante diploma’s en loopbaanbeschrijvingen;
d. een beschrijving van de taken waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;
e. overzicht van niet als aangemelde instantie uitgevoerde of uit te voeren werk-zaamheden ten aanzien van onderwerpen waarop hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet betrekking heeft;
f. afschriften van polissen van tegen wettelijke aansprakelijkheid afgesloten verzekeringen;
g. indien toepasselijk bewijsschriften van door de aan te melden instantie verkregen accreditaties;
h. indien toepasselijk afschriften van besluiten tot erkenning of aanwijzing krachtens andere wettelijke voorschriften;
i. overzicht van bedragen die de aan te melden instantie voornemens is in rekening te brengen voor de werkzaamheden waarvoor erkenning wordt aangevraagd;
j. eventuele algemene voorwaarden die de aan te melden instantie voornemens is te hanteren bij overeenkomsten met fabrikanten of aanbestedende diensten;
k. gegevens waaruit concrete invulling van de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 2.5, van de Algemene wet bestuursrecht, blijkt;
l. gegevens met betrekking tot uit te besteden werkzaamheden met inbegrip van een opgave van opdrachtnemers, en
m. afschriften van bedrijfsinterne procedures, handboeken en voorschriften met betrekking tot de uitvoering van de taken waarvoor erkenning aangevraagd wordt.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving van de organisatie met inbegrip van opgave van de personele samenstelling van de organen van de rechtspersoon en in de organisatie aanwezige waarborgen voor onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de aanvrager die reeds aangemelde instantie is voor zover toepasselijk volstaan met een ondertekende verklaring dat geen wijziging is opgetreden ten opzichte van de situatie zoals beschreven in de desbetreffende bescheiden bij de vorige aanvraag.