De algemene onkostenvergoeding als bedoeld in het
Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenarenbedraagt voor de president van de Hoge Raad, de procureur-generaal bij de Hoge Raad onderscheidenlijk de procureurs-generaal bij de gerechtshoven gedurende de periode van 1 april 1997 tot en met 31 mei 1999, in afwijking van de
artikelen 1, derde lid, onderdeel a, en
2, tweede lid, onderdelen a en b, van het Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenarenzoals deze gedurende laatstbedoelde periode luidden, f 7140,00, f 7140,00 onderscheidenlijk f 6880,00 per jaar.