Artikel 1
1. Aan de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, en aan de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van die wet, die zijn aangewezen voor het vervullen van ten minste de helft van een volledige taak, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan vervulling van hun ambt zijn verbonden een algemene onkostenvergoeding toegekend.
2. De vergoeding bedraagt:
a. voor de president van de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar;
b. voor een vice-president van de Hoge Raad, een coördinerend vice-president senior van een gerechtshof, een coördinerend vice-president van een gerechtshof of een vice-president van een gerechtshof: € 1545,67 per jaar;
c. voor een coördinerend vice-president senior van een rechtbank, een coördinerend vice-president van een rechtbank of een vice-president van een rechtbank: € 1418,54 per jaar; en
d. voor de andere rechterlijke ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1161,47 per jaar.
2. De vergoeding bedraagt:
a. voor de president van de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar;
b. voor een vice-president van de Hoge Raad, een coördinerend vice-president senior van een gerechtshof, een coördinerend vice-president van een gerechtshof of een vice-president van een gerechtshof: € 1545,67 per jaar;
c. voor een coördinerend vice-president senior van een rechtbank, een coördinerend vice-president van een rechtbank of een vice-president van een rechtbank: € 1418,54 per jaar; en
d. voor de andere rechterlijke ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1161,47 per jaar.