BWBR0010942
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 2
Subsidieregeling bedrijfsgezondheidszorg voor het primair onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs gedurende de periode januari 2000 tot en met december 2000
1. Dit artikel heeft betrekking op basisscholen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
2. Deze subsidie bestaat voor het jaar 2000 uit een vast bedrag per school van ƒ 800,- en een bedrag van ƒ 0,49 per formatierekeneenheid en wordt voor 7/12 deel in maart 2000 en voor 5/12 deel in september 2000 betaalbaar gesteld.
3. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld aan de hand van de formatie voor de vervulling van de reguliere taken en de formatie voor speciale doeleinden, zoals bedoeld in artikel 3 en artikel 14 van het Formatiebesluit WPO. De toeslag die wordt toegekend in verband met het hogere verbruik door de schoolleiding en de formatierekeneenheden die worden toegekend in verband met de toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen blijven bij de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing.
4. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het derde lid wordt uitgegaan van de formatie die, op basis van het door het bevoegd bezag gevalideerde aantal leerlingen per 1 oktober 1998, voor het schooljaar 1999 – 2000 wordt toegekend. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
2. Deze subsidie bestaat voor het jaar 2000 uit een vast bedrag per school van ƒ 800,- en een bedrag van ƒ 0,49 per formatierekeneenheid en wordt voor 7/12 deel in maart 2000 en voor 5/12 deel in september 2000 betaalbaar gesteld.
3. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld aan de hand van de formatie voor de vervulling van de reguliere taken en de formatie voor speciale doeleinden, zoals bedoeld in artikel 3 en artikel 14 van het Formatiebesluit WPO. De toeslag die wordt toegekend in verband met het hogere verbruik door de schoolleiding en de formatierekeneenheden die worden toegekend in verband met de toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen blijven bij de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing.
4. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het derde lid wordt uitgegaan van de formatie die, op basis van het door het bevoegd bezag gevalideerde aantal leerlingen per 1 oktober 1998, voor het schooljaar 1999 – 2000 wordt toegekend. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.