BWBR0010917
Geldig vanaf 1999-12-05
Artikel 2
Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud AOC’s en categoriaal vbo-groen
1. De minister kent aan het bevoegd gezag van een school een aanvullende exploitatievergoeding toe in verband met achterstallig onderhoud aan het gebouw van vestiging, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:
a. bouw in de periode voor 1 januari 1976;
b. bouw in de periode van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1986 en
c. bouw in de periode vanaf 1 januari 1987.
2. De aanvullende exploitatievergoeding wordt aangewend voor het opheffen van achterstallig onderhoud aan het gebouw van vestiging van de betrokken school.
3. De aanvullende exploitatievergoeding wordt berekend volgens artikel 3en bedraagt per m
a. f 36,80 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder a, genoemde periode;
b. f 33,08 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder b, genoemde periode, en
c. f 7,04 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder c, genoemde periode.
a. bouw in de periode voor 1 januari 1976;
b. bouw in de periode van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1986 en
c. bouw in de periode vanaf 1 januari 1987.
2. De aanvullende exploitatievergoeding wordt aangewend voor het opheffen van achterstallig onderhoud aan het gebouw van vestiging van de betrokken school.
3. De aanvullende exploitatievergoeding wordt berekend volgens artikel 3en bedraagt per m
a. f 36,80 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder a, genoemde periode;
b. f 33,08 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder b, genoemde periode, en
c. f 7,04 voor zover het betreft de in het eerste lid, onder c, genoemde periode.