BWBR0010873
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 4
Protocol inzake advisering toetsing benoembaarheid ministers in Aruba
1. De commissie neemt bij het opstellen van haar advies de bestaande wettelijke kaders van Statuut en andere rijksregelgeving in acht.
2. Bestaande bevoegdheden van bij de benoeming van ministers betrokken organen dienen te worden gerespecteerd.
3. De commissie betrekt de genomen maatregelen en voorstellen die zijn gedaan ter uitvoering van het rapport Calidad bij haar overwegingen.
4. De commissie betrekt de toetsingscriteria en procedures bij de benoeming van ministers die in de andere landen van het Koninkrijk worden gehanteerd bij haar beschouwingen.
5. De commissie heeft de bevoegdheid alle betrokkenen bij de benoeming van ministers op Aruba te horen en inzage te vragen in alle relevante documenten.
6. De leden van de commissie en degenen die betrokken worden bij de werkzaamheden van de commissie bewaren de geheimhouding van het door de commissie uitgebrachte rapport en van de gegevens waarover de commissie beschikt.
7. De commissie brengt op zo kort mogelijke termijn haar rapport uit aan de minister-president van Aruba en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal, in overleg met de minister-president van Aruba, de conclusies die hij aan het rapport verbindt aan de rijksministerraad voorleggen.
2. Bestaande bevoegdheden van bij de benoeming van ministers betrokken organen dienen te worden gerespecteerd.
3. De commissie betrekt de genomen maatregelen en voorstellen die zijn gedaan ter uitvoering van het rapport Calidad bij haar overwegingen.
4. De commissie betrekt de toetsingscriteria en procedures bij de benoeming van ministers die in de andere landen van het Koninkrijk worden gehanteerd bij haar beschouwingen.
5. De commissie heeft de bevoegdheid alle betrokkenen bij de benoeming van ministers op Aruba te horen en inzage te vragen in alle relevante documenten.
6. De leden van de commissie en degenen die betrokken worden bij de werkzaamheden van de commissie bewaren de geheimhouding van het door de commissie uitgebrachte rapport en van de gegevens waarover de commissie beschikt.
7. De commissie brengt op zo kort mogelijke termijn haar rapport uit aan de minister-president van Aruba en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal, in overleg met de minister-president van Aruba, de conclusies die hij aan het rapport verbindt aan de rijksministerraad voorleggen.