BWBR0010721
Geldig vanaf 22-07-2006
Artikel 2
Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden
1. Voor verlening van subsidie ingevolge deze regeling komen in aanmerking de samenwerkingsverbanden die door de Minister zijn toegelaten tot het Landelijk overleg minderheden, alsmede de door de Minister erkende gezamenlijke rechtspersoon.
2. Het doel van de subsidie is om de samenwerkingsverbanden en de gezamenlijke rechtspersoon in staat te stellen coördinerend en voorwaardenscheppend werkzaam te zijn ten behoeve van het Landelijk overleg minderheden.
3. Samenwerkingsverbanden waarvan de statuten niet voorzien in een bestuur dat voor minimaal één-derde deel bestaat uit vrouwen, en voor minimaal één-derde deel bestaat uit personen die bij hun aantreden jonger zijn dan 35 jaar; en in een zittingstermijn van maximaal drie jaar voor bestuursleden, met een mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming, komen niet voor verlening van subsidie ingevolge het eerste lid in aanmerking.
2. Het doel van de subsidie is om de samenwerkingsverbanden en de gezamenlijke rechtspersoon in staat te stellen coördinerend en voorwaardenscheppend werkzaam te zijn ten behoeve van het Landelijk overleg minderheden.
3. Samenwerkingsverbanden waarvan de statuten niet voorzien in een bestuur dat voor minimaal één-derde deel bestaat uit vrouwen, en voor minimaal één-derde deel bestaat uit personen die bij hun aantreden jonger zijn dan 35 jaar; en in een zittingstermijn van maximaal drie jaar voor bestuursleden, met een mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming, komen niet voor verlening van subsidie ingevolge het eerste lid in aanmerking.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010721
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl