BWBR0010716
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 2
Regeling aanwijzing JAA-landen
1. Onverminderd de bij of krachtens het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartgestelde bepalingen, worden de bewijzen van bevoegdheid en de bewijzen van erkenning van opleidingsinstellingen, zonder formaliteiten erkend indien zij zijn afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van JAR-66 en JAR-147 door de bevoegde autoriteiten van de volgende staten:
a. België,
b. Denemarken,
c. Duitsland,
d. Finland,
e. Frankrijk,
f. Ierland,
g. Italië,
h. Noorwegen,
i. Oostenrijk,
j. Roemenië,
k. het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
l. Zweden, en
m. Zwitserland.
2. Onverminderd de bij of krachtens het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartgestelde bepalingen, worden de certificaten van opleiding zonder formaliteiten erkend indien zij zijn afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van JAR-66 en JAR-147 door opleidingsinstellingen die volgens JAR-147 zijn erkend door de autoriteiten van de staten, genoemd in het eerste lid.
a. België,
b. Denemarken,
c. Duitsland,
d. Finland,
e. Frankrijk,
f. Ierland,
g. Italië,
h. Noorwegen,
i. Oostenrijk,
j. Roemenië,
k. het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
l. Zweden, en
m. Zwitserland.
2. Onverminderd de bij of krachtens het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartgestelde bepalingen, worden de certificaten van opleiding zonder formaliteiten erkend indien zij zijn afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van JAR-66 en JAR-147 door opleidingsinstellingen die volgens JAR-147 zijn erkend door de autoriteiten van de staten, genoemd in het eerste lid.