BWBR0010715
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 5
Vrijstellingsregeling grondverzet
1. De bodemkwaliteitskaart van een bepaald gebied wordt bij besluit vastgesteld door burgemeester en wethouders.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de bodemkwaliteitskaart bij besluit vastgesteld door gedeputeerde staten indien een bepaald gebied daartoe in het bij besluit vastgestelde provinciale beleid is aangewezen.
3. De bodemkwaliteitskaart kan slechts worden vastgesteld indien:
a. het gestelde in hoofdstuk 5.3.1 van de beleidsnota ’Grond grondig bekeken, verantwoord omgaan met schone en verontreinigde grond’ (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 22669/210) en de daarbij behorende bijlage 1 (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 17961/190) in acht is genomen;
b. rekening is gehouden met het geldende provinciale beleid ten aanzien van grondverzet, en
c. overleg heeft plaatsgevonden met overheden die het mede aangaat.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de bodemkwaliteitskaart bij besluit vastgesteld door gedeputeerde staten indien een bepaald gebied daartoe in het bij besluit vastgestelde provinciale beleid is aangewezen.
3. De bodemkwaliteitskaart kan slechts worden vastgesteld indien:
a. het gestelde in hoofdstuk 5.3.1 van de beleidsnota ’Grond grondig bekeken, verantwoord omgaan met schone en verontreinigde grond’ (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 22669/210) en de daarbij behorende bijlage 1 (publicatie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. 17961/190) in acht is genomen;
b. rekening is gehouden met het geldende provinciale beleid ten aanzien van grondverzet, en
c. overleg heeft plaatsgevonden met overheden die het mede aangaat.