BWBR0010707
Geldig vanaf 2004-02-20
Artikel 6
Subsidieregeling convenanten arbeidsomstandigheden
1. Voor een activiteit als bedoeld in artikel 3bedraagt het subsidiebedrag maximaal 100% van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van 100% van de kosten die voor de desbetreffende activiteit zijn geraamd in de door de minister goedgekeurde begroting, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Regeling SZW-subsidies.
2. Voor het totaal van de in het plan van aanpak opgenomen activiteiten, bedraagt de totale subsidie maximaal 50% van de werkelijke kosten tot een maximum van 50% van de kosten die voor deze activiteiten zijn geraamd in het plan van aanpak.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van door de minister aanbevolen gestandaardiseerde onderzoeksmethoden, wordt, in aanvulling op het tweede lid, de totale subsidie verhoogd met maximaal 50% van de werkelijke kosten van deze onderzoeksmethoden tot een maximum van € 75.000,–.
4. Indien een arboplusconvenant een aanvulling betreft op een arboconvenant geldt voor de toepassing van het derde lid het maximum van € 75.000,– gezamenlijk voor het arboconvenant en het arboplusconvenant.
5. Indien gebruik wordt gemaakt van door de minister aanbevolen gestandaardiseerde evaluatiemethoden kan, in aanvulling op het tweede en derde lid, de totale subsidie worden verhoogd met maximaal € 25.000,–.
6. Indien een arboplusconvenant een aanvulling betreft op een arboconvenant geldt voor de toepassing van het vijfde lid het maximum van € 25.000,– afzonderlijk voor het arboconvenant en het arboplusconvenant.
7. Voor de toepassing van het tweede, derde lid en vijfde lid worden uitsluitend die activiteiten in aanmerking genomen die tot subsidiëring hebben geleid of naar het oordeel van de minister tot subsidiëring kunnen leiden.
2. Voor het totaal van de in het plan van aanpak opgenomen activiteiten, bedraagt de totale subsidie maximaal 50% van de werkelijke kosten tot een maximum van 50% van de kosten die voor deze activiteiten zijn geraamd in het plan van aanpak.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van door de minister aanbevolen gestandaardiseerde onderzoeksmethoden, wordt, in aanvulling op het tweede lid, de totale subsidie verhoogd met maximaal 50% van de werkelijke kosten van deze onderzoeksmethoden tot een maximum van € 75.000,–.
4. Indien een arboplusconvenant een aanvulling betreft op een arboconvenant geldt voor de toepassing van het derde lid het maximum van € 75.000,– gezamenlijk voor het arboconvenant en het arboplusconvenant.
5. Indien gebruik wordt gemaakt van door de minister aanbevolen gestandaardiseerde evaluatiemethoden kan, in aanvulling op het tweede en derde lid, de totale subsidie worden verhoogd met maximaal € 25.000,–.
6. Indien een arboplusconvenant een aanvulling betreft op een arboconvenant geldt voor de toepassing van het vijfde lid het maximum van € 25.000,– afzonderlijk voor het arboconvenant en het arboplusconvenant.
7. Voor de toepassing van het tweede, derde lid en vijfde lid worden uitsluitend die activiteiten in aanmerking genomen die tot subsidiëring hebben geleid of naar het oordeel van de minister tot subsidiëring kunnen leiden.